|
46097 |
SCHEEPVAART-MAATSCHAPPIJEN. 1321 |
|
46098 |
Dit rapport werd in de vergadering van 9 Mei 1921 uitgebracht. Het was |
|
46099 |
zeer uitgebreid en zorgvuldig opgesteld. O.a. bleek: dat de directeur A. Jordens |
|
46100 |
Jr. op zeer ongewone wijze met schepen had gesjacherd en dat hij zich belang- |
|
46101 |
rijke persoonlijke voordeelen bij den inbreng van schepen had bedongen; dat op |
|
46102 |
bijna alle schepen werd verloren; dat in het prospectus van 28 Jan. 1918 meerdere |
|
46103 |
onwaarheden met betrekking tot het al of niet in de vaart zijn-, of opgeleverd |
|
46104 |
zijn, van schepen waren opgenomen; dat enkele schriftelijke gegevens die er zijn |
|
46105 |
moesten, niet aanwezig waren; dat de boekhouding zeer slecht gevoerd was en dat |
|
46106 |
commissarissen in hun taak ten zeerste waren tekort geschoten. Na langdurige dis- |
|
46107 |
cussie, behandeling van een persoonlijke quaestie van een der commissarissen en |
|
46108 |
nadat was medegedeeld dat de heer Jordens in staat van beschuldiging zou worden |
|
46109 |
gesteld werd zonder stemming bes'oten faillissement aan te vra- |
|
46110 |
gen. Daarna werd eveneens zonder stemming aangenomen een voorstel |
|
46111 |
om commissarissen alsnog gelegenheid te geven in een aandeelhouders- |
|
46112 |
vergadering schriftelijk antwoord op het rapport in te dienen. Een |
|
46113 |
voorstel om vertrouwen uit te spreken in het rapport, werd |
|
46114 |
na eenige discussie aangenomen met 71 stemmen voor, 64 tegen en 7 blanco. |
|
46115 |
Het faillissement werd 25 Mei 1921 uitgesproken met benoeming van |
|
46116 |
Mr. J. S. Hoek en J. Schoemakers tot curatoren doch nadat een procedure tegen |
|
46117 |
een lid van het destij-de gevormde garantiesyndicaat verloren was, op 22 Sept. 1926 |
|
46118 |
opgeheven wegens gebrek aan actief. |
|
46119 |
N.B. De heer Jordens en de „Asam" waren reeds failliet voor bovengenoemde |
|
46120 |
vergadering werd gehouden. |