|
453 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 545 |
|
454 |
geliquideerd. Meerdere bijzonderheden vindt men in de kl. letter. |
|
455 |
Opgericht: 31 Oct. 1918. Du ur: tot 31 Dec. 2000. Do el: de han'del |
|
456 |
in en de vervaardiging van papier en uit papier vervaardigde en aanverwante |
|
457 |
artikelen, met alles wat in den ruimsten zin geacht kan worden daartoe |
|
458 |
te behooren, in het bijzonder de voortzetting der zaken tot heden gedreven |
|
459 |
door de fa.'s Gerhard Loeber en G. H. Bührmann een korte geschiedenis |
|
460 |
van deze beide firma's vindt men in jaarg. 1922; voorts de deelneming |
|
461 |
in andere ondernemingen met soortgelijk of aanverwant doel. |
|
462 |
Kapitaal geaut. f 5.000.000, verdeeld in f 2.500.000 gewone aandee- |
|
463 |
len waarvan geplaatst f 1.615.000 en f 2.500.000 7 pct. (tot en met 1920 |
|
464 |
6 pct.) cum. pref. winstd. aandeelen, waarvan f 1.535.000 geplaatst. Het |
|
465 |
geheele kapitaal bleek bij beëindiging der liquida- |
|
466 |
tie verloren, zoodat alle aandeelen waardeloos |
|
467 |
z ij n. Ulto 1920 stonden f 600.000 aandeelen B uit welke vermoedelijk in |
|
468 |
1921 zijn ingetrokken à pari. Winstverdeeling: Uit de |
|
469 |
winst worden allereerst: zoodanige reserven (behalve die hierna te |
|
470 |
noemen) gemaakt, als«de raad van bestuur onder goedkeuring van het col- |
|
471 |
lege van commissarissen, zal noodig achten. Inzonderheid kan besloten |
|
472 |
worden, dat een gedeelte der overwinst op nieuwe rekening wordt over- |
|
473 |
gebracht. Uit de winst, welke dan overblijft, wordt allereerst 7 pct. uitge- |
|
474 |
keerd (cumulatief) aan houders van cum. pref. winstd. aand. Voorts |
|
475 |
zoover mogelijk zes procent aan houders van gewone aandeelen. |
|
476 |
De overwinst wordt verdeeld als volgt: 1. naar een te vormen |
|
477 |
reserverekening wordt overgebracht: a. de geheele overwinst, indien en |
|
478 |
zoolang deze reserverekening geen 12 pct bedraagt van het gestort cumula- |
|
479 |
tief preferente kapitaal; b. 10 pct. van de overwinst, indien en zoolang de |
|
480 |
reserverekening niet meer dan 20 pct. van het gestort maatschappelijk |
|
481 |
kapitaal bedraagt. Bedraagt de reserverekening meer dan 20 pct., dan |
|
482 |
worden genoemde 10 pct. der overwinst genoten door de houders van |
|
483 |
gewone aandeelen; 2. 1 pct. wordt uitgekeerd aan ieder der leden van |
|
484 |
het college van commissarissen; 3. 20 pct. wordt ter beschikking gesteld |
|
485 |
van den raad van bestuur ten einde deze daarover beschikke overeenkom- |
|
486 |
stig door de leden van dien raad vast te stellen regelen; 4. het dan over- |
|
487 |
blijvende deel der overwinst wordt uitgekeerd aan de houders van gewone |
|
488 |
aand. en cum. pref. winstd. aand., met dien verstande, dat uit dit bedrag |
|
489 |
een gew. aand. tienmaal zooveel ontvangt als een cum. pref. winstd. aand. |
|
490 |
Dividenden verjaren na 5 jaar. Interim-dividenden kunnen worden |
|
491 |
uitgekeerd. Dividend gewone aandeelen A 1919: 6 pct. |
|
492 |
sedert nihil. Dividend gewone aandeelen B, 1919: 6 pct., |
|
493 |
sedert nihil. Dividend cum. pref. aandeelen 1919 en 1920: |
|
494 |
telkens 6 pct .; sedert: nihil, zoodat ultimo 1924 28 pct. dividend ge- |
|
495 |
accumuleerd was. Op 31 October 1919 stond ten kantore der Rot- |
|
496 |
terdamsche Bankvereeniging en de Bank-Associatie te Amsterdam, |
|
497 |
Rotterdam en Den Haag 'de inschrijving open op f 700.000 7 (vroeger 6) |
|
498 |
pct. cumulatief preferente winstdeelende aandeelen, |
|
499 |
groot f 1000, tot den koers van 100 pct. incl. } div. 1919. Zij werden op |
|
500 |
17 November 1919 in de officiëele noteering te Amsterdam opgenomen, |
|
501 |
bleken bij de liquidatie waardeloos en vervielen 9 Maart 1926 |
|
502 |
weder uit de noteering. Raad van Bestuur vóór de liqui- |
|
503 |
datie: G. G. A. Loeber, Hilversum, G. H. Bührmann, Overveen, |
|
504 |
C. G. Loeber, Blaricum, H. J. Vettewinkel, Overveen, A. A. H. Loeber, |
|
505 |
VAN Oss, Effectenboek voor 1927. XXIV1. 35 |