|
26786 |
992 HANDELSONDERNEMINGEN. |
|
26787 |
f 1000, waarvan f 2.250.000 geplaatst. Het was reeds sinds Augustus 1918 |
|
26788 |
groot f 10.000.000 (vroeger f 5.000.000 en vóór December 1916 f 2.500.000), |
|
26789 |
verdeeld in 5000 gewone aandeelen, groot f 1000, waarvan volgens onder- |
|
26790 |
staande opsomming geplaatst was f 3.750.000 en 5000 6 pct. cumulatief |
|
26791 |
preferente winstdeelende aandeelen, groot f 1000, waarvan geplaatst |
|
26792 |
was f 2.250.000. De (thans afgeschreven) gewone aandeelen werden als |
|
26793 |
volgt geplaatst: |
|
26794 |
f 600.000 genomen bij de oprichting door de vroegere firmanten, de |
|
26795 |
H.H. Goldschmidt en Kleiweg de Zwaan. |
|
26796 |
., 900.000 door publieke emissie op 4 Maart 1913 à 114 pct. met een |
|
26797 |
gegarandeerd dividend van 8 pct. over 1913-1915. |
|
26798 |
., 1.000.000 door publieke emissie op 12 Nov. 1917 à 140 pct. incl. div |
|
26799 |
1918, uitsluitend voor aandeelhouders (3 : 1, div. bew. no. 6) |
|
26800 |
„, 1.250.000 door publieke emissie op 9 Aug. 1918 à 140 pct. incl. div. |
|
26801 |
1918, uitsluitend voor aandeelhouders (2 : 1 div bew. no 8). |
|
26802 |
f 3.750.000 |
|
26803 |
Emittente was telkens de Rotterdamsche Bankvereeniging (bij de eerste |
|
26804 |
emissie ook de H.H. Determeyer, Weslingh & Zn.) Deze {oude) gewone |
|
26805 |
aandeelen vervielen 30 October 1923 uit de officieele noteering. |
|
26806 |
De 6 pct. cum. pref. aandeelen (thans gewone aandeelen) wer- |
|
26807 |
den als volgt geplaatst: |
|
26808 |
f 1.500.000 door publieke emissie op 27 Dec. 1916 à 100 pct. met voorkeurs- |
|
26809 |
recht voor gewone aandeelhouders (1 : 1, div. bew. no. 4). |
|
26810 |
., 750.000 door publieke emissie op 9 Augustus 1918 a 103 pct. |
|
26811 |
f 2.250.000 |
|
26812 |
Emittente als boven. Voor het laatste prospectus zie men aan het einde |
|
26813 |
van deel I, jaarg. 1920. De vroegere preferente aandeelen, die op 18 Sept. |
|
26814 |
1923 als gewone aandeelen officieele noteering verkregen, vervielen daar- |
|
26815 |
uit met hun ouden naam op 30 October .1923. |
|
26816 |
De intrekking der oude gewone aandeelen, incl. div.bew. no. 12, tegen |
|
26817 |
afgifte van bewijzen van deelgerechtigdheid en de afstempeling der 6 pct. |
|
26818 |
cum. pref. aandeelen incl. div.bew. no. 9 tot gewone aandeelen kon vanaf |
|
26819 |
28 Juni 1923 geschieden bij de Rotterd. Bankvereeniging te Amsterdam. |
|
26820 |
Door conjunctuurverliezen was ulto 1921 het |
|
26821 |
geheele geplaatste gewone kapitaal verloren. |
|
26822 |
Daarom werd op 21 Nov. 1922 tot een kapitaalsreorganisatie |
|
26823 |
besloten, waarbij de gewone aandeelen waardeloos werden verklaard en |
|
26824 |
aan de houders bewijzen van deelgerechtigdheid werden |
|
26825 |
afgegeven, welke 18 September 1923 officieele noteering verkregen. |
|
26826 |
Er staan alzoo 3750 dezer bewijzen uit. Behalve hun aandeel |
|
26827 |
in de winst hebben zij de eerste 5 jaar (vanaf 1922) een claim à pari op |
|
26828 |
de volle uitgifte van nieuw kapitaal en de volgende 5 jaar op de helft van |
|
26829 |
iedere uitgifte. De 6 pct. cum. pref. winstdeelende aandeelen werden af- |
|
26830 |
gestempeld tot gewone aandeelen, waarmede het in hoofde dezer genoemde |
|
26831 |
bedrag, van f 2.250.000 gewoon kapitaal geplaatst is. |
|
26832 |
Winstverdeeling (na de reorganisatie): allereerst wordt een door |
|
26833 |
het bestuur te bepalen bedrag afgeschreven, eventueel gereserveerd en |
|
26834 |
bestemd voor onverdeeld winstsaldo. Vervolgens wordt eerst 6 pct. uit- |