|
32964 |
1098 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. |
|
32965 |
5 Nov. 1923. In een interview verklaarde de heer Deterding dat hij met de |
|
32966 |
Britache Regeering onderhandelingen heeft gevoerd over de overname van |
|
32967 |
de Anglo Persian aandeelen, die in het bezit van die Regeering zijn. Hij |
|
32968 |
kon echter niet mededeelen of een resultaat zou worden bereikt. Indien de over- |
|
32969 |
eenkomst tot stand kwam, zou dit een betaling in baar met zich meebrengen van |
|
32970 |
£ 12 millioen. Hij ontkende dat een working-agreement tusschen de Shell en de |
|
32971 |
Standard Oil was voorgesteld. Ook heeft men geen plan dit te doen. De Ameri- |
|
32972 |
kaansche dochterondernemingen van de Shell zullen waarschijnlijk deelnemen aan |
|
32973 |
een algemeene overeenkomst voor de detailoliemarkt. De heer D. verklaarde |
|
32974 |
verder dat de Chesterconcessie een luchtkasteel is en dat de combinatie |
|
32975 |
haar belangen in Mesopotamië niet verder uitbreidt dan haar 25 pct. belang bij |
|
32976 |
de Turkish Petr. Co. Ltd. Voorts werd medegedeeld dat noch de .,Koninklijke" noch |
|
32977 |
de „Shell“ op het oogenblik overwegen om nieuw kapitaal uit te geven. |
|
32978 |
31 Dec. 1923. Het geplaatste kapitaal der Koninklijke bedraagt f 351.457.000, |
|
32979 |
verdeeld in f 1.500.000 preferente, f 28.500.000 prioriteits en f 321.457.000 gewone |
|
32980 |
aandeelen. Het kapitaal der Shell bedraagt £ 26.365.144 waarvan £ 2.000.000 5 pot. |
|
32981 |
le preferente-, £ 5.000.000 7 pct. 2e preferente- en £ 19.365.144 gewone aandeelen. |
|
32982 |
Het kapitaal der Bataafsche en Anglo Saxon bleef ongewijzigd op resp. f 300.000.000 |
|
32983 |
en £ 16.000.000. Dividend Koninklijke 1923 25 pct .; Shell 22} pct. Dat der Bataafsche |
|
32984 |
en Anglo Saxon werd niet gepubliceerd. |
|
32985 |
1924. 15 Jan. 1924. De Koninklijke betaalt 10 pct. ad interim over 1923. |
|
32986 |
Einde Jan. 1924 werd bericht dat de Groupement International |
|
32987 |
des Sociétés Naphtifères in elkaar was gestort als gevolg van wantrouwen der |
|
32988 |
leden onderling. De Groupement was indertijd opgericht en bestond uit niet-Rus- |
|
32989 |
sieche mpijen. die vóór de „nationalisatie” petroleumterreinen in Rusland hadden. |
|
32990 |
Sir Henri Deterding was voorzitter en heeft in die hoedanigheid verschillende be- |
|
32991 |
sprekingen gevoerd. Hieromtrent is oneenigheid ontstaan met het gevolg dat de |
|
32992 |
Groupement thans nog slechts bestaat uit de Kon. Shell en enkele harer Russieche |
|
32993 |
dochter-mpijen. |
|
32994 |
19 Febr. 1924 werd besloten tot liquidatie der Soc. pour l' Exploi |
|
32995 |
tation des Pétroles te Parijs. Deze mpij. werd in 1919 opgericht ten einde |
|
32996 |
de Kon. Shell ook van het Fransche aandeel in de Mesopotamische olievelden to |
|
32997 |
verzekeren. Politieke invloeden waren oorzaak dat de Fransche Regeering er niet |
|
32998 |
toe kon besluiten aan de mpij. die rechten over te dragen welke het eerste en |
|
32999 |
voornaamste doel harer oprichting waren geweest. Hoofdzakelijk in verband hier- |
|
33000 |
mede werd tot liquidatie besloten. Volgens „Fin. News" zou de Standard Oil een |
|
33001 |
groot aandeel hebben gehad in de door de Kon. Shell ondervonden tegenwerking. |
|
33002 |
14 Febr. 1924. De Shell Co. verkreeg 90.000 aandeelen Ven. Oil Conc. |
|
33003 |
Ltd. van de British Controlled Oilfields. |
|
33004 |
25 Febr. 1924. In een vergadering van de V. O. C. Holding Company |
|
33005 |
(houdster aandeelen Venezuelan Oil Concessions Ltd.) werd door een belangrijke |
|
33006 |
groep aandeelhouders geageerd tegen de wijze van controle en beheer door de Shell- |
|
33007 |
groep en aangedrongen op wijziging van de exploitatie en verkoopcontracten met |
|
33008 |
Kon. Shell dochter-mpijen. Een commissie van onderzoek werd benoemd. Ter |
|
33009 |
vergadering werd o.a. medegedeeld dat de Kon. Shell over ruim 1.000.000 van de |
|
33010 |
3.000.000 aandeelen V. O. C. holding Co. beschikte. |
|
33011 |
28 Febr. 1924. De „Shell“ richtte te Weenen een mpij. op met een kapitaal van |
|
33012 |
6 milliard Kronen. |
|
33013 |
Mei 1924. De Shell Union Oil Corp. boekte in 1923 $ 38.909.000 bruto |
|
33014 |
ontvangsten tegen $ 21.737.000 in 1922, terwijl $ 16.859.000 (v. j. $ 9.596.000) beschik- |
|
33015 |
baar was voor dividend. Na betaling van 6 pct. op de pref. aandeelen, werd $ 1 .- |
|
33016 |
op elk der 10 millioen gewone aandeelen zonder nom. waarde betaald en de reet |
|
33017 |
als surplus geboekt. |
|
33018 |
18 Mei 1924. Volgens persberichten heeft de Shell Union Oil Corporation |
|
33019 |
de holding Company der Amerikaansche belangen van de Kon. Shell-groep, haar |
|
33020 |
bezit aan aandeelen Union Oil Co. of California in totaal 235.565 aan- |
|
33021 |
deelen of 26.17 pct. van het kapitaal dier mpij. aan Dillon Read & Co. verkocht |
|
33022 |
voor plm. $ 30.000.000. De Shell-Union-Oil zou tot verkoop hebben besloten wegens |
|
33023 |
de onmogelijkheid om de meerderheid in de U O. of Cal. te verkrijgen. Zij moet |
|
33024 |
plm. $ 10.000.000 winst op den verkoop hebben gemaakt. De Shell Union Oil Corp. |
|
33025 |
houdt thans nog o.a. nagenoeg alle $ 78.000.000 gewone aandeelen der Shell Co. of |
|
33026 |
Cal. Zie omtrent oprichting Shell Union Oil Corp. overzicht Nov. 1921, hiervoor. |
|
33027 |
28 Mei 1924. De Hooge Raad beslist met vernietiging van de uitspraak van |
|
33028 |
den Raad van Beroep der Directe belastingen te 's Gravenhage dat de aanslag |
|
33029 |
in de dividend en tantièmebelasting over de uitkeeringen van |
|
33030 |
1920 juist is. De Raad van Beroep had de aanslag onjuist verklaard. Van deze |
|
33031 |
uitspraak ging de Minister van Financiën in cassatie, met als gevolg bovenge- |
|
33032 |
melde beslissing en handhaving van den aanslag, waarbij werd overwogen dat de |
|
33033 |
Koninklijke slechts 60/95 van het door haar van de Bataafsche ontvangen dividend |
|
33034 |
had genoten, de rest ontving ten bate van de Shell Transport & Trading Co. Ltd. |
|
33035 |
en dit 60/95e deel dus van het belastbare bedrag mocht aftrekken. De Koninklijke |
|
33036 |
had gesteld dat zij het totale bedrag dat zij als dividend van de Bataafeche |
|
33037 |
ontving, ingevolge art. 10 van de Wet op de div. en tant.belasting mocht aftrekken |
|
33038 |
van het belastbare bedrag. |
|
33039 |
Begin Juni 1924. De „Shell" verklaart 122 pct. slotdividend, makende totaal |
|
33040 |
222 pct. over 1924 (als v. j.) |