|
8362 |
670 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. |
|
8363 |
6 pct. cumulatief preferente winstdeelende aandee- |
|
8364 |
len C, groot f 1000. Hiervan geplaatst: |
|
8365 |
Op 3 December 1919 à 100 pct. (incl. ¿ div. 1919 en het volle super-div.) : |
|
8366 |
20.000 aandeelen à f 1000 f 20.000.000 .- |
|
8367 |
In 1925 ondershands incl. div. 1925, 2908 à f 1000, nos. 20.001-22.908 f 2.908.000 |
|
8368 |
De aandeelen C zijn sedert 17 Febr. 1920 officieel genoteerd. |
|
8369 |
N.B. De dividendbewijzen gemerkt C, bestemd voor superdividenduitkeering, zijn, |
|
8370 |
wat betreft de jaren waarin geen dividend boven 6 pct. werd uitgekeerd, waarde- |
|
8371 |
loos verklaard. |
|
8372 |
De prioriteits-aandeelen (f 100.000) zijn uitgegeven ter handhaving van het |
|
8373 |
nationaal karakter der vennootschap. |
|
8374 |
De inschrijvingen stonden telkens open bij de Rotterdamsche Bank- |
|
8375 |
vereeniging (Rott. Bank, Labouchere, Oyens & Co.'s Bank), de Amster- |
|
8376 |
damsche Bank en ten kantore der Vennootschap. Voor het prospectus der |
|
8377 |
emissies in 1919 zie men aan het eind van deel I, jaarg. 1920. Bij de toe- |
|
8378 |
wijzing der jongste emissies genoten inschrijvers tot het aantal aandeelen, |
|
8379 |
waarvoor zij op beide laatste soorten hadden ingeschreven, de voor- |
|
8380 |
keur boven andere inschrijvers. Winstverdeeling: Allereerst |
|
8381 |
6 pct. (cumulatief) op de preferente aandeelen; vervolgens 6 pct. |
|
8382 |
(cumulatief) op de preferente winstdeelende aandeelen B en daarna |
|
8383 |
6 pct. (cumulatief) op de pref. winstd. aandeelen C. Daarna nog over- |
|
8384 |
schietende winst is ter beschikking van de algem. vergadering ter reser- |
|
8385 |
veering, afschrijving, overboeking op nieuwe rekening of uitkeering. In- |
|
8386 |
geval van geheele of gedeeltelijke uitkeering vindt verdeeling als volgt |
|
8387 |
plaats: eerst 6 pct. op de gewone aandeelen, van de overwinst com- |
|
8388 |
missarissen f 5000, of zooveel minder als de overwinst minder bedraagt, |
|
8389 |
en indien deze meer dan f 5000 beloopt, zoo mogelijk 2 pct. aan directeuren |
|
8390 |
en 16 pct. aan directeuren en beambten van de vennootschap en van de |
|
8391 |
ondernemingen waarin deze aandeel heeft. Het overschot kan geheel of |
|
8392 |
gedeeltelijk gereserveerd worden. Geschiedt dit niet, noch wordt het |
|
8393 |
overschot op nieuwe rekening overgebracht, zoo moet het worden |
|
8394 |
uitgekeerd aan houders van gewone aandeelen, van pref. winstd. aand. B |
|
8395 |
en dito C. Eerstgenoemden ontvangen eerst 4 pct. boven hun primair divi- |
|
8396 |
dend; voor elk procent dat meer wordt uitgekeerd, ontvangen houders van |
|
8397 |
pref. winstd. aandeelen B 1/10 pct. en houders van idem C 1/5 pct. Is |
|
8398 |
op deze wijze aan houders van pref. winstd. aand. B 2 pct. en aan die van |
|
8399 |
dito C 3 pct. uitgekeerd, dan komt het overige geheel aan gew. aandeel- |
|
8400 |
houders ten goede, met dien verstande, dat in dit geval eerst zoo mogelijk |
|
8401 |
aan de houders van prioriteits-aandeelen 6 pct. over hun kapitaal wordt |
|
8402 |
uitgekeerd. Indien de uitkeering uit de overwinst aan houders van ge- |
|
8403 |
wone aandeelen meer dan f 250.000 bedraagt, wordt evenwel te voren |
|
8404 |
2 pct. van hetgeen deze uitdeeling meer bedraagt, aan commissarissen |
|
8405 |
uitgekeerd. Dividenden verjaren na 5 jaar. Dividend ge- |
|
8406 |
wone aandeelen 1906-1920: 9, 5, 10, 19, 15, 15, 20, 20, 20, 25, |
|
8407 |
25, 25, 15, 25 en 15 pct .; 1921: nihil; 1922-1924: 3, 6 en 6 pct. (De totaal |
|
8408 |
15 pct. van 1922-1924 moest worden uitgekeerd volgens gerechtelijk vonnis, |
|
8409 |
zie onder „Dividend proces“ in jaarg. 1927 en was betaalbaar 14 Mei 1926 |
|
8410 |
op div.bew. no. 20. De dividendbewijzen no. 16-19 werden waardeloos ver- |
|
8411 |
klaard); 1925: nihil; 1926: 10 pct. (no. 21, 21 Mei 1927) ; dividend |
|
8412 |
cum. pref. aandeelen A sedert 1910 telkens 6 pct .; laatste be- |
|
8413 |
taling 3 pct. interimdiv. 1927, 1 Aug. 1927 op div.bew. no. 18a; divi- |