|
9159 |
684 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. |
|
9160 |
f 4.080.544.40, makende inclusief genoemd verlies ad f 80.230.04 en na |
|
9161 |
afboeking van de reserven a'd f 348.457.20, een totaal bedrag van |
|
9162 |
f 3.812.317.24 als feitelijk verlies. Een reorganisatieplan werd 16 April en |
|
9163 |
1 Mei 1923 aangenomen, waarbij het verlies werd geëlimineerd doordien |
|
9164 |
2355 gewone aandeelen en 143 preferente aandeelen onder pari werden |
|
9165 |
ingekocht en afgeboekt en op de daarna uitstaande 2670 stuks gewone |
|
9166 |
aandeelen 70 pct. werd afgeschreven. De houders der 6 pct. cum. |
|
9167 |
preferente winstdeelende aandeelen gaven onder het plan hun recht op |
|
9168 |
latere cumulaties prijs. Bij circulaire d.d. 6 Mei 1925 werd den prefe- |
|
9169 |
renten aandeelhouders aangeboden § van de nominale waarde tegen afgifte |
|
9170 |
van hun stukken te ontvangen in 6 pct. obligatiën. De aanbieding kon |
|
9171 |
van 7 Mei-5 Juni 1925 geschieden. Houders van 730 preferente aandeelen |
|
9172 |
maakten hiervan gebruik en ontvingen alzoo 730 obligatiën groot f 333.33. |
|
9173 |
Het preferente kapitaal werd daardoor verminderd van f 4.130.000 tot |
|
9174 |
f 3.400.000. De door deze transactie ontstane boekwinst bedroeg na aftrek |
|
9175 |
van onkosten f 482.578.66 en werd bijna geheel op de tastbare activa af- |
|
9176 |
geschreven. De totale 6 pct. obligatieschuld bedroeg daarna |
|
9177 |
f 419.330.90, zijnde pro resto f 176.000 obligaties van 1919 (stuk voor stuk |
|
9178 |
afgegeven tegen obligaties „Begeer“) en f 243.330.90 obligaties van |
|
9179 |
1 9 25 , n.l. 730 stuks groot f 333.33 met coupons 2 Jan. en 2 Juli |
|
9180 |
(eerste coupon per 2 Jan. 1926) groot f 10 .- elk. De aflossing der |
|
9181 |
6 pct. obligatiën 1919 geschiedt in 25 jaren telkens op 1 April der jaren |
|
9182 |
1924-1948. Loting telkens in November te voren. Ultimo Juni 1927 uit- |
|
9183 |
staande f 147.000. Omtrent de aflossing der 6 pct. obligatiën 1925 |
|
9184 |
is bepaald, dat zij zal plaats hebben, door uitloting, in 20 jaar (volgens |
|
9185 |
plan op de stukken afgedrukt), voor het eerst in 1926. Bij de eerste |
|
9186 |
trekking werden 46 stuks uitgeloot en waren inmiddels 369 stuks tegen |
|
9187 |
voordeeligen koers van een combinatie ingekocht. Na de 2e uitloting (in |
|
9188 |
1927) stonden ult. Juni 1927 nog f 92.990.70 uit. Loting telkens in Febr .- |
|
9189 |
Mei ter uitbetaling op 2 Juli d.a.v. Vervroegde geheele of gedeeltelijke af- |
|
9190 |
lossing (dit laatste bij loting) is voorbehouden. Vervroegde aflossingen kun- |
|
9191 |
nen op latere verplichte aflossingen in mindering worden gebracht. De 240 |
|
9192 |
uitstaande opr.bewijzen bleven bij de reorganisatie onaangetast. De |
|
9193 |
winstverdeeling is thans als volgt: Na afschrijving en reservee- |
|
9194 |
ringen en nadat het op de vroegere cum. pref. aandeelen geaccumuleerde |
|
9195 |
dividend ad 9 pct. geheel zal zijn betaald eerst 6 pct. op de preferente |
|
9196 |
aandeelen, daarna zoo mogelijk 6 pct. op de gewone aandeelen, |
|
9197 |
benevens f 22 of zooveel minder als beschikbaar mocht zijn op |
|
9198 |
elk gewoon aandeel A. Van het restant 10 pct. aan de reserve totdat deze |
|
9199 |
f 300.000 bedraagt, waarna deze 10 pct. worden aangewen'd tot amortisatie |
|
9200 |
van oprichtersbewijzen à f 2500 per stuk, bij uitloting; nadat alle oprich- |
|
9201 |
tersbewijzen zijn afgelost komen deze 10 pct. weder aan de reserve, totdat |
|
9202 |
deze 20 pct. van het geplaatste kapitaal beloopt. Van het resteerende 5 pct. |
|
9203 |
aan oprichtersbewijzen, 5 pct. aan commissarissen, 15 pct. aan de directie |
|
9204 |
en de rest aan aandeelhouders, met dien verstande, dat op een gewoon aan- |
|
9205 |
deel viermaal zooveel wordt uitgekeerd als op een pref. aand., ongeacht de |
|
9206 |
nominale bedragen dier aandeelen. Bij liquidatie ontvangen 10. de |
|
9207 |
pref. aand. 100 pct. benevens wat nog van de genoemde 9 pct. achterstal |
|
9208 |
mocht zijn verschuldigd; 20. de gew. aand. 100 pct .; 30. worden de nog uit- |
|
9209 |
staande oprichtersbewijzen afgelost; 40. van het restant 20 pct. aan het |
|
9210 |
bestuur en 80 pct. aan aandeelhouders in dier voege dat elk aandeel B |