|
44910 |
1290 SCHEEPVAART-MAATSCHAPPIJEN. |
|
44911 |
Stoomvaart-Maatschappij Zeeland, (Koninklijke Neder- |
|
44912 |
landsche Postvaart) gevestigd te Vlissingen met agentschappen te Londen, |
|
44913 |
Berlijn en New-York. De mpij. exploiteert te Vlissingen een hotel. |
|
44914 |
Opgericht 22 Juni 1875. Duur: tot 31 Dec. 1960. Doel: Het |
|
44915 |
uitoefenen van het geregeld passagiers- en goederenvervoer tusschen Vlis- |
|
44916 |
singen en Engeland en al wat daarmede in den ruimsten zin verband houdt |
|
44917 |
Regeeringsovereenkomst: (in 1898 en 1908 gewijzigd en telkens |
|
44918 |
voor 10 jaar verlengd); op 1 Oct. 1918 vernieuwd tot 31 Dec. 1919. Ingaande |
|
44919 |
1 Jan. 1920 werd een nieuwe overeenkomst aangegaan voor onbepaalden |
|
44920 |
tijd, welke met ingang van 1 Jan. 1927 in 1927 wederom is vernieuwd. |
|
44921 |
Wederzijdsche opzegging is mogelijk vóór 1 Juli per 1 Jan. d.a.v. Sedert |
|
44922 |
de steunverleening door de fa. Müller & Co. (zie kl. letter) werd de nacht- |
|
44923 |
dienst door een dagdienst vervangen. Het verbod van invoer van versch |
|
44924 |
vleesch in Engeland bracht de venn. er toe, ingegaan 1 Jan. 1927, een |
|
44925 |
overeenkomst (duur 20 jaren) te sluiten met de London & North Eastern Ry. |
|
44926 |
Hierdoor is een behoorlijk aandeel van het totaal verkeer tusschen Engeland |
|
44927 |
en Nederland verzekerd. De booten gaan daardoor in plaats van op Folke- |
|
44928 |
stone in dagdienst op Harwich. Geschiedenis: Kapitaal |
|
44929 |
thans f 2.020.500, geheel geplaatst, bedroeg bij de oprichting f 2.000.000, |
|
44930 |
waarvan f 800.000 was geplaatst. In Juli 1875 werden nog f 700.000 |
|
44931 |
aan'deelen à pari uitgegeven, en f 700.000 5 pct. obligatiën tot den |
|
44932 |
koers van 95 pct. Einde 1876 werd overgegaan tot de uitgifte van |
|
44933 |
f 3.200.000 4} pcts. obligatiën à 963 pct., welke rechtstreeks en onvoorwaar- |
|
44934 |
delijk door Prins Hendrik der Nederlanden (den eere-voorzitter 'der mpij.) |
|
44935 |
voor rente en aflossing waren gewaarborgd. (Zie den jaarg. 1907, blz. 851). |
|
44936 |
In Oct. 1882 werden door de erfgenamen van den in 1879 overleden prins, |
|
44937 |
de nog uitstaande f 2.913.000 obligatiën geheel afgelost. De erfgenamen |
|
44938 |
ontvingen daartegen à pari volgens overeenkomst f 1.456.500 aandeelen B, |
|
44939 |
preferent voor f 25 .- uit de winst, na afschrijvingen, 1600 bewijzen van |
|
44940 |
deelgerechtigdheid, welke laatste in 1883 door de Mpij. werden ingekocht, |
|
44941 |
benevens het door Prins Hendrik aan de Mpij. gedaan renteloos voor- |
|
44942 |
schot van f 110.815. Het overige kapitaal werd gereduceerd tot 50 pct., |
|
44943 |
en zoodoende gebracht van f 1.169.000 op f 584.500, zoodat na deze rege- |
|
44944 |
ling het kapitaal bedroeg f 2.041.000, verdeeld in twee seriën: de eerste |
|
44945 |
serie, in gewone aandeelen A, groot f 584.500, de tweede serie, in prefe- |
|
44946 |
rente aandeelen B, groot f 1.456.500. In 1899 werd elk 'dezer beide seriën |
|
44947 |
op de helft verminderd; derhalve tot f 292.250 gewone aandeelen A en |
|
44948 |
f 728.250 pref. aandeelen B, tezamen f 1.020.500. In Juni 1911 nam de Mpij. |
|
44949 |
tot Exploitatie van S.S. f 1.000.000 aandeelen à 100 pct. over (in 1921 |
|
44950 |
weder à pari aan den Staat verkocht), terwijl van de preferente aandeelen |
|
44951 |
het recht van preferentie werd afgekocht door vergoeding van f 50 per stuk, |
|
44952 |
zoodat het kapitaal thans uit f 2.020.500 aandeelen bestaat, en verdeeld |
|
44953 |
is in 3 seriën, t.w. de serie A, ad f 292.250, in stukken groot f 250 en (f 125), |
|
44954 |
serie B ad f 728.250, in stukken groot f 250 en serie C ad f 1.000.000 in stukken |
|
44955 |
groot f 250. Winstverdeeling: na afschrijvingen eerst 5 pct. divi- |
|
44956 |
dend op de aandeelen. De rest komt ter beschikking der A. V. Indien deze |
|
44957 |
tot uitkeering besluit geschiedt de verdeeling als volgt. 10 pct. aan het |
|
44958 |
reservefonds, 5 pct. aan de commissarissen, 5 pct. aan de directie, 5 pct. |
|
44959 |
aan commissarissen ten bate van derden en 75 pct. aan de aandeelhouders. |
|
44960 |
Dividenden: 1875-1881: nihil; 1882-1886: 5.4, 6, 6, 6 en 6 pct .; |
|
44961 |
1887-1911: nihil; 1912-1914: 6, 6 en 10 pct. (no. 3), sedert: 0 pct. In 1886 |