|
62177 |
DIVERSEN. 1587 |
|
62178 |
aand. le en 2e serie) en 300 pct. voor vrije inschrijvers en van 20 April tot |
|
62179 |
15 M·i 1918 was bij dezelfde emittenten de inschrijving opengesteld op |
|
62180 |
f 400.000 aandeelen (met voorkeursrecht voor aandeelhouders le en 2e serie |
|
62181 |
à 300 pct.) en 400 pct. voor vrije inschrijvers, incl. 7/12 winst 1928. Van |
|
62182 |
18 Oct .- 14 Nov. 1928 stond bij de venn. de inschrijving open op f 350.000 |
|
62183 |
aandeelen incl. div. 1929 à 350 pct. voor aandeelhouders (4 : 1, no. 41) en |
|
62184 |
à 425 pct. voor anderen. Prospectus zie aan het einde van dit deel. Divid. |
|
62185 |
1898-1920: 5, 26, 24, 18, 18, 15, 18, 27, 30, 32, 28, 26, 24, 18, 23, 21, 12, 10, |
|
62186 |
20, 25, 150, 200 en 250 pct .; 1921-1927: 100, 65, 65, 65, 65, 65 en 65 pct. (inte- |
|
62187 |
rim-dividend 25 pct. no.39, 1 December 1927 en 40 pct. slot-dividend no. 40, |
|
62188 |
5 Mei 1928). Divid. oprichtersbewijzen 1920-1927: f 130, |
|
62189 |
f 53, f 32, f 32, f 32, f 32, f 31 en f 31 (no. 8). Winstverdeeling: |
|
62190 |
aandeelhouders 4 pct. over onverplichte, daarna 5 pct. over ver- |
|
62191 |
plichte stortingen. Van het overblijvende ontvangen: reservefonds 10 pct. |
|
62192 |
(totdat dit 25 pct. van het geplaatst maatschappelijk kapitaal bedraagt), |
|
62193 |
amortisatiefonds 10 pct., raad van toezicht 15 pct., en wanneer er één di- |
|
62194 |
recteur en één adj .- directeur is. aand.houders 52} pct., directie 10 pct., adj .- |
|
62195 |
dir. 2} pct .; bij twee of meer directeuren en één adj .- dir .: aand.houders |
|
62196 |
50 pct., directie 12} pct., adj .- dir. 2} pct .; bij twee of meer directeuren en |
|
62197 |
geen adj .- directeur : aand.houders 50 pct., directie 15 pct .; bij één direc- |
|
62198 |
teur en geen adj .- dir .: aand.houders 55 pct., directie 10 pct. Het deel der |
|
62199 |
overwinst voor aand.houders wordt uitgekeerd over de verplichte |
|
62200 |
stortingen. Het res.fonds heeft sedert 1908 zijn statutair maximum van 25 |
|
62201 |
pet. van het geplaatst kapitaal bereikt, waardoor de dotatie vervalt; even- |
|
62202 |
zoo vervalt de dotatie aan het amortisatiefonds zoodra en zoolang |
|
62203 |
dit 10 pct. bedraagt van de balanswaarde der onroerende goe- |
|
62204 |
deren (hetgeen sedert 1919 het geval is). Van de vrijkomende 10, resp. 20 |
|
62205 |
pct., komt 2} pct. als dividend aan de houders van oprichtersbewijzen, be- |
|
62206 |
nevens 2} pct. geheel of gedeeltelijk aan het kantoorpersoneel. Hetgeen |
|
62207 |
niet onder het personeel wordt verdeeld, wordt als dividend-reserve voor |
|
62208 |
het personeel geboekt. De resteerende 5 of 15 pct. komen den aandeel- |
|
62209 |
houders ten goede. 6 pct. Obligatiën 1921-1923, Leeningen |
|
62210 |
groot f 5.000.000, in seriën van f 250.000, waarvan aangemaakt f 3.500.000. |
|
62211 |
Inschrijving 27 Jan. 1922 o.a. bij Praetorius & Zn. op f 2.000.000 6 p c t. |
|
62212 |
obligatiën à 99 pct. Stukken groot f 1000 en f 250 gemerkt A-D, |
|
62213 |
coupons per 1 Febr. en 1 Aug. Aflossing à pari door uitloting, |
|
62214 |
aanvangende acht jaren na de uitgifte der serie, voor de eerst uitgegevene |
|
62215 |
seriën dus niet voor 1930, van minstens 5 obligatiën per jaar van elke |
|
62216 |
uitgegeven serie of gedeelte van een serie. Officieele noteering sedert 17 |
|
62217 |
Maart 1922. Men zie het prospectus aan het einde van deel I, jaargang 1923. |
|
62218 |
Verdere uitgifte van 6 pct. obligatiën had plaats, mede in verband met de |
|
62219 |
hieronder genoemde conversie in 1923 van 53 pct. obligatiën. In omloop ult. |
|
62220 |
1927 f 3.298.000. In Mei 1919 werden uitgegeven f 1.000.000 53 pcts. 5- |
|
62221 |
jarige obligatiën met coupons per 1 Mei en 1 Nov. Op 1 Nov. |
|
62222 |
1923, dus reeds voor den vervaldag (1 Mei 1924) konden de stukken worden |
|
62223 |
omgewisseld in 6 pct. obligatiën à pari. 5 pct. Obligatiën 1915- |
|
62224 |
1919. Leening 1915, groot f 2.500.000, verdeeld in 10 seriën van f 250.000 |
|
62225 |
elk. Stukken groot f 1000 en f 250, met coupons per 1 April en 1 |
|
62226 |
Oct. Aflossing door uitloting à pari na 1926 van jaarlijks ten minste |
|
62227 |
2 pct. der uitgegeven seriën. De obligatiën van 1915 werden voor het |
|
62228 |
eerst in Januari 1916 officieel genoteerd. Van de leening 1919, |