|
8914 |
674 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. |
|
8915 |
afboeking van de reserven a'd f 348.457.20, een totaal bedrag van |
|
8916 |
f 3.812.317.24 als feitelijk verlies. Een reorganisatieplan werd 16 April en |
|
8917 |
1 Mei 1923 aangenomen, waarbij het verlies werd geëlimineerd doordien |
|
8918 |
2355 gewone aandeelen en 143 preferente aandeelen onder pari werden |
|
8919 |
ingekocht en afgeboekt en op de daarna uitstaande 2670 stuks gewone |
|
8920 |
aandeelen 70 pct. werd afgeschreven. De houders der 6 pct. cum. |
|
8921 |
preferente winstdeelende aandeelen gaven onder het plan hun recht op |
|
8922 |
latere cumulaties prijs. Bij circulaire d.d. 6 Mei 1925 werd den prefe- |
|
8923 |
renten aandeelhouders aangeboden } van de nominale waarde tegen afgifte |
|
8924 |
van hun stukken te ontvangen in 6 pct. obligatiën. De aanbieding kon |
|
8925 |
van 7 Mei-5 Juni 1925 geschieden. Houders van 730 preferente aandeelen |
|
8926 |
maakten hiervan gebruik en ontvingen alzoo 730 obligatiën groot f 333.33. |
|
8927 |
Het preferente kapitaal werd daardoor verminderd van f 4.130.000 tot |
|
8928 |
f 3.400.000. De door deze transactie ontstane boekwinst bedroeg na aftrek |
|
8929 |
van onkosten f 482.578.66 en werd bijna geheel op de tastbare activa af- |
|
8930 |
geschreven. De totale 6 pct. obligatieschuld bedroeg daarna |
|
8931 |
f 419.330.90, zijnde pro resto f 176.000 obligaties van 1919 (stuk voor stuk |
|
8932 |
afgegeven tegen obligaties „Begeer“) en f 243.330.90 obligaties van |
|
8933 |
1 9 25, n.l. 730 stuks groot f 333.33 met coupons 2 Jan. en 2 Juli |
|
8934 |
(eerste coupon per 2 Jan. 1926) groot f 10 .- elk. De aflossing der |
|
8935 |
6 pct. obligatiën 1919 geschiedt in 25 jaren telkens op 1. April der jaren |
|
8936 |
1924-1948. Loting telkens in November te voren. Ultimo Juni 1928 uit- |
|
8937 |
staande f 131.000. Omtrent de aflossing der 6 pct. obligatiën 1925 |
|
8938 |
is bepaald, dat zij zal plaats hebben, door uitloting, in 20 jaar (volgens |
|
8939 |
plan op de stukken afgedrukt), voor het eerst in 1926. Bij de eerste |
|
8940 |
trekking werden 46 stuks uitgeloot en waren inmiddels 369 stuks tegen |
|
8941 |
voordeeligen koers van een combinatie ingekocht. Na de 2e en 3e uitloting |
|
8942 |
in 1927 en 1928 stonden ult. Juni 1928 nog f 80.999.19 uit. Loting tel- |
|
8943 |
kens in Febr .- Mei ter uitbetaling op 2 Juli d.a.v. Vervroegde geheele of |
|
8944 |
gedeeltelijke aflossing (dit laatste bij loting) is voorbehouden. Vervroeg- |
|
8945 |
de aflossingen kunnen op latere verplichte aflossingen in mindering wor- |
|
8946 |
den gebracht. De 240 uitstaande o p r.bewijzen bleven bij de reorgani- |
|
8947 |
satie onaangetast. De winstverdeeling is thans als volgt: Na af- |
|
8948 |
schrijving en reserveeringen en nadat het op de vroegere cum. pref. aand. |
|
8949 |
geaccumuleerde dividend1) geheel zal zijn betaald, eerst 6 pct. op de pre- |
|
8950 |
ferente aandeelen, daarna zoo mogelijk 6 pct. op de gewone aandee- |
|
8951 |
len, benevens f 22 of zooveel minder dan beschikbaar mocht zijn op |
|
8952 |
elk gewoon aandeel A. Van het restant 10 pct. aan de reserve totdat deze |
|
8953 |
f 300.000 bedraagt, waarna deze 10 pct. worden aangewend tot amortisatie |
|
8954 |
van oprichtersbewijzen à f 2500 per stuk, bij uitloting; nadat alle oprich- |
|
8955 |
tersbewijzen zijn afgelost komen deze 10 pct. weder aan de reserve, totdat |
|
8956 |
deze 20 pct. van het geplaatste kapitaal beloopt. Van het resteerende 5 pct. |
|
8957 |
aan oprichtersbewijzen, 5 pct. aan commissarissen, 15 pct. aan de directie |
|
8958 |
en de rest aan aandeelhouders, met dien verstande, dat op een gewoon aan- |
|
8959 |
deel viermaal zooveel wordt uitgekeerd als op een pref. aand., ongeacht de |
|
8960 |
nominale bedragen dier aandeelen. Bij liquidatie ontvangen lo. de |
|
8961 |
pref. aand. 100 pct. benevens wat nog van de genoemde 9 pct. achterstal |
|
8962 |
mocht zijn verschuldigd ; 20. de gew. aand. 100 pct .; 30. worden de nog uit- |
|
8963 |
staande oprichtersbewijzen afgelost; 40. van het restant 20 pct. aan het |
|
8964 |
1) De meeningen omtrent de grootte van de accumulatie zijn verdeeld. Men |
|
8965 |
noemt percentages van 9 tot 15 pct. |