|
18363 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 837 |
|
18364 |
21 :Maart 1918 f 1.127.000 à 180 pct., inclusief div. 1918. Uitsluitend voor |
|
18365 |
houders van gewone aandelen 1 : 1 (no. 3). Op 24 Juni 1920 f 1.207.000 |
|
18366 |
à 108 pct. (incl. div. 1920). Voorkeur voor houders van gewone aand. 2 : 1, |
|
18367 |
no. 5. Voor het prospectus zie men aan het einde van deel I, jaarg. 1921. |
|
18368 |
Ten slotte werden Sept. 1920 nog f 379.000 gewone aandeelen ondershands |
|
18369 |
geplaatst. De preferente aandeelen werden als volgt geplaatst (voor zoover |
|
18370 |
publiek, door tusschenkomst der Rotterd. Bankvereen.): In 1916 f 502.000 |
|
18371 |
ondershands, op 23 Juli 1917 f 498.000 à 100 pct., incl. het halve div. en |
|
18372 |
het volle aandeel in de overwinst van 1917 en op 21 Maart 1918 f 1.254.000 |
|
18373 |
à 100 pct., incl. div. 1918. Voor het prospectus zie men aan het eind van |
|
18374 |
deel II, jaarg. 1917/18. De preferente aandeelen, waarop de bovenvermelde |
|
18375 |
reductie is afgestempeld, worden sedert 5 Oct. 1925 genoteerd als gewone |
|
18376 |
aandeelen, groot f 500 en zijn zonder die afstempeling niet lever- |
|
18377 |
baar. De oude gewone aandeelen vervielen op denzelfden dag uit de no- |
|
18378 |
teering. De afstempeling kon vanat 22 September 1925 geschieden |
|
18379 |
bij de vennootschap en bij de Rotterdamsche Bankvereeniging. |
|
18380 |
Op 12 Juli 1916 stond bij de genoemde emittente de inschrijving open |
|
18381 |
op f 1.000.000 5 pct. obligatiën, groot f 1000, met coupons |
|
18382 |
per 1 Febr. en 1 Aug. Ailossing in 25 jaar, te beginnen in 1918 |
|
18383 |
door uitloting à pari in Juni met aflosbaarstelling op 1 Augustus d.a.v., |
|
18384 |
en wel resp .: 21, 22, 23, 24, 25, 27, 28, 30, 31, 32, 34, 36, 38, 40, 41, 43, 45, |
|
18385 |
48, 51, 54, 56, 59, 61, 64 en 67 obligatiën van f 1000. Recht tot versterkte |
|
18386 |
of algeheele aflossing voorbehouden. De onroerende eigendommen dér on- |
|
18387 |
derhoorige fabrieken mogen niet worden verkocht zonder toestemming der |
|
18388 |
obligatiehouders. Trustee: Rotterdamsche Bankvereeniging. Voor het |
|
18389 |
prospectus zie men aan het einde van deel I, jaargang 1918/19. Winst- |
|
18390 |
verdeeling vanaf de reorganisatie 1925 eerst tot 6 pct. dividend op de |
|
18391 |
gewone aand. Het dan resteerende wordt aangewend als volgt: 10 pct. aan |
|
18392 |
de directie; 5 pct. aan de commissarissen; 60 pct. als reserve voor bij- |
|
18393 |
schrijving op de gewone aandeelen. Deze reserve wordt jaarlijks uit het |
|
18394 |
bedrijf voor 6 pct. rente gecrediteerd. Zoodra zij is aangegroeid tot |
|
18395 |
/ 1.300.000, wordt zij aangewend om op elk der ten tijde der reorganisatie |
|
18396 |
geplaatste gew. aand. (d.w.z. op de vroegere pref. winstd. aand.) een nieuw |
|
18397 |
gewoon aand. à f 500 beschikbaar te stellen. Nadien komen bedoelde 60 pct. |
|
18398 |
der overwinst aan gezamenlijke houders van gewone aand .; 25 pct. ten be- |
|
18399 |
hoeve van houders van restant-aand. Hetgeen aldus beschikbaar is tot uit- |
|
18400 |
keering op de restant-aandeelen wordt telkens uitgekeerd tot een bedrag |
|
18401 |
van f 249, op elk bij loting (ten overstaan van een notaris) aan te wijzen |
|
18402 |
restant-aandeel ,welk restant-aandeel dan bij dezelfde gelegenheid à pari |
|
18403 |
zal worden geamortiseerd. Nadat alle restant-aandeelen zijn geamortiseerd |
|
18404 |
komen laatstbedoelde 25 pct. der overwinst eveneens aan de gewone aan- |
|
18405 |
deelhouders. Een winstverdeeling volgens een aangehouden voorstel |
|
18406 |
vindt men op pag. 847 van deel I 1928. Dividenden en amortisatieuitkee- |
|
18407 |
ringen verjaren na 5 jaar. Directeuren: W. B. Dresselhuys, |
|
18408 |
C. W. Dresselhuys Jr. en N. A. Koedam. Commissarissen: Dr. W. |
|
18409 |
W. van der Meulen te s Gravenhage, Mr. K. P. van der Mandele te Rot- |
|
18410 |
terdam en Mr. S. J. Hogerzeil te 's Gravenhage. Dividend oude |
|
18411 |
gewone aandeelen 1916-1919: 13, 22, 20 en 12 pct. (no. 6); 1920- |
|
18412 |
1924: nihil; in 1925 zijn de 4000 gewone aandeelen omgezet in restant- |
|
18413 |
aandeelen ad f 1, waarvan in 1927 en 1928 resp. 55 en 75 stuks geamor- |
|
18414 |
tiseerd met f 250 per stuk. Dividend vroegere preferente |