|
16840 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 813 |
|
16841 |
noteering verkregen, zijn sedert 25 Juni 1924 slechts leverbaar mits voor- |
|
16842 |
zien van de afstempeling op f 250 en vervallenverklaring van het cumu- |
|
16843 |
latierecht. Prospectus aan het einde van deel II, 1917/18. De 400, bij de |
|
16844 |
reorganisatie geplaatste pref. winstdeelende aandeelen ad f 250 verkregen |
|
16845 |
26 Juni 1924 officiële noteering. Op 25 Sept. 1919 introduceerde de fa. |
|
16846 |
Arn. Gilissen & Co. een beperkt bedrag gewone aandeelen (toen) groot |
|
16847 |
f 1000 à 225 pct., incl. dividend 1919. Prospectus aan het einde van deel I, |
|
16848 |
1920. Deze gewone aandeelen, die 15 Juli 1920 officieele noteering verkre- |
|
16849 |
gen, zijn sedert 26 Juni 1924 slechts leverbaar mits voorzien van de af- |
|
16850 |
stempeling op nom. f 100. Voor het indertijd aan de Tabu verstrekte bewijs |
|
16851 |
voor 1215 aand. van f 1000, werden 1215 stukken van f 100 afgegeven, welke |
|
16852 |
met de afgestempelde stukken dooreen leverbaar zijn. In vereeniging met de |
|
16853 |
Internat. Tabakshandel Mpij., met welke mpij. sedert Oct. |
|
16854 |
1919 een belangengemeenschap bestond, werd op 12 April 1920 opgericht de |
|
16855 |
N. V. Tabaks-Unie. Over deze mpij. zijn meerdere gegevens onder |
|
16856 |
de rubriek „diversen” vermeld. Bij hare oprichting verkreeg zij f 1.215.000 |
|
16857 |
aandeelen „Philips“ en f 1.350.000 aandeelen „Intern. Tabak”. De Tabaks- |
|
16858 |
unie en de Int. Tabakshandel Mij. (zie deel I 1926) werden in 1922 beide |
|
16859 |
failliet verkaard. Door de genoemde Int. Tab. Hand. Mij. en de Tabaks- |
|
16860 |
ind. v.h. Gebr. Philips werd indertijd een garantie voor kapitaal en in- |
|
16861 |
terest van f 4.000.000 door de Tabu uitgegeven obligatiën verleend. De Tab. |
|
16862 |
Ind. v.h. Gebr. Philips werd door den curator der Tabu om nakoming van |
|
16863 |
hare verplichtingen verzocht. In verband met den toestand van de Tab. |
|
16864 |
Ind. v.h. Gebr. Philips, werd echter een regeling met de Tabu-obligatie- |
|
16865 |
houders getroffen, waarvoor men zie onder Tabaksunie elders in dit deel. |
|
16866 |
Winstverdeeling (zie eerst regeling met bankier, kleine letter): |
|
16867 |
na afschrijvingen, te bepalen door het bestuur, eerst 60 pct. der winst aan |
|
16868 |
de houders der winstbewijzen (obligatiehouders „Tabu", door hen te ver- |
|
16869 |
deelen als elders onder „Tabu“ vermeld). Van hetgeen daarna overblijft |
|
16870 |
wordt eerst aangezuiverd het tijdens de reorganisatie op de toen bestaande |
|
16871 |
cumulatieve aandeelen geaccumuleerd dividend met dien verstande, dat dit |
|
16872 |
dividend evenals die aandeelen, tot één vierde wordt verminderd. (De aan- |
|
16873 |
zuivering is reeds uit de winst van 1923, eerste jaar na de reorganisatie, |
|
16874 |
geschied. Red.) Na deze aanzuivering is de verdeeling na aftrek van |
|
16875 |
bovenbedoelde 60 pct. als volgt: 6 pct. dividend op de preferente winst- |
|
16876 |
deelende aandeelen, vervolgens tot 6 pct. dividend op de gewone |
|
16877 |
aand. en van het restant 10 pct. aan de reserve, 15 pct. aan de directie, 15 |
|
16878 |
pct. aan de commissarissen en 60 pct. aan gew. en pref. aandeelhouders, met |
|
16879 |
dien verstande, dat elk gewoon aandeel 1} maal zooveel ontvangt als een |
|
16880 |
preferent aandeel. De winst na uitkeering aan de winstbewijzen kan |
|
16881 |
geheel gereserveerd worden. Dividenden verjaren na vijf jaar. Divi- |
|
16882 |
dend oude kapitalisatie met aandeelen groot f 1000; cum. |
|
16883 |
pref. winstd. aand. 1918-1922 resp .: 112, 101/10, 6, 0 en 0 pct .; |
|
16884 |
preferente aand. 1920-1922: 6, 0 en 0 pct .; gewone aand. |
|
16885 |
1918-1922: 634, 50, 0, 0 en 0 pct. Dividend nieuwe kapitali- |
|
16886 |
satie: gewone aand. groot f 100, 1923-1929: nihil. Dividendbew. |
|
16887 |
no. 5 en volgende hooren bij de stukken; 6 pct. pref. winstd. |
|
16888 |
aandeelen 1923: 20 pct. (no. 5 afgest. aan'deelen); sedert: nihil. |
|
16889 |
Deze 20 pct. is het cumulatief dividend over 1921, 1922, 1923 en de eerste |
|
16890 |
4 mnd. van 1924, verschuldigd op de pref. winstdeelende aandeelen, die |
|
16891 |
tot aan de reorganisatie cumulatierecht hadden. Dit cumulatieve dividend |