|
63316 |
1590 DIVERSEN. |
|
63317 |
gende voorwaarden: Voor elk pref. aandeel Mijnbouw mpij. groot f 1000 |
|
63318 |
met div. bewijzen nos. 22 e. v. en talon werd afgegeven: 1o. f 1000 6 pct. |
|
63319 |
cum. pref. winstd. aandeel in de C. V. met div. bewijs no. 19 e.v. en talon, |
|
63320 |
d.i. incl. winst 1929 en later; 20. 2 scrips groot f 90 .- , gelijkgerechtigd met |
|
63321 |
de (toen) tot op f 90 afgeloste amortisatiebewijzen der C. V. (zie boven) zijnde |
|
63322 |
dit ter betaling achterstallig dividend over 1924, 1925 en 1926; 30. f 120 in |
|
63323 |
contanten w. v. f 60 .- ter betaling van achterstallig dividend over 1927 en |
|
63324 |
f 60 .- dividend over 1928. Inlevering kon geschieden ten kantore der C. V. |
|
63325 |
Nadat voor 4512 stuks van het aanbod was gebruik gemaakt, werd de ge- |
|
63326 |
legenheid tot inwisseling verlengd tot 15 December 1929.1) De tot 31 Dec. |
|
63327 |
1931 afgegeven 4775 nieuwe aandeelen zijn dooreenleverbaar met de oude. |
|
63328 |
Winstverdeeling: eerst 6 pct. cum. op de pref. aandeelen, ver- |
|
63329 |
volgens 6 pct. op de gewone aandeelen. Van het overschot 10 pct. of zoo- |
|
63330 |
veel meer als de beheerende venn. met goedkeuring van den Raad van |
|
63331 |
Advies noodig achten aan de reserve totdat deze f 5.000.000 bedraagt. Van |
|
63332 |
het resteerende 25 pct. aan de beheerende vennooten. Het daarna over- |
|
63333 |
schietende zal dienen tot afbetaling op de amortisatiebewijzen. Zoodra de |
|
63334 |
amortisatiebewijzen geheel zijn afgelost komt van dit overschietende tot |
|
63335 |
f 240.000 aan de houders der bewijzen van deelgerechtigdheid. Van het |
|
63336 |
eventueele restant wordt tot 1} pct. over het geheele kapitaal uitgekeerd en |
|
63337 |
vervolgens f 60.000 weder aan de houders der bewijzen van deelgerechtigd- |
|
63338 |
heid. Van het daarna nog overblijvende: 15 pct. aan gewone aandeelhou- |
|
63339 |
ders, 60 pct. aan de houders der bewijzen van deelgerechtigdheid en 25 pct. |
|
63340 |
aan de houders der winstbewijzen. Dividend gew. aandeelen |
|
63341 |
1919-1922: telkens 16} pct .; 1923: 6 pct .; 1924-1926: nihil; 1927-1929 (ge- |
|
63342 |
reduceerd kapitaal): telkens 6 pct .; 1930: nihil; cumulatief pref. |
|
63343 |
aandeelen 1917-1924: 1, 7}, 73, 74, 74, 74, 6 en 6 pct .; 1925 en 1926: sa- |
|
63344 |
men 12 pct. in den vorm van een amortisatiebewijs, uitgereikt 30 Juni 1928 |
|
63345 |
tegen dividendbewijs no. 15; 1927-1929: 6, 6 en 6 pct. (3 pct. interim 15 |
|
63346 |
Februari 1930, no. 19 en 3 pct. slot-dividend 2 September 1930 op no. 20 |
|
63347 |
bij de R. B. V.); 1930: nihil waarna 6 pct. achterstallig is. 5 pct. |
|
63348 |
obligatieleening, groot f 5.000.000, verdeeld in 5000 aand. ieder |
|
63349 |
groot f 1000, met coupons per 1 Maart en 1 September. De leening |
|
63350 |
is à pari bij uitloting aflosbaar in 30 jaren, aangevangen in 1910 |
|
63351 |
en eindigende in 1939. De Vennootschap is te allen tijde gerechtigd de |
|
63352 |
aflossing te vermeerderen of de geheele leening en bloc af te lossen, mits |
|
63353 |
zich daaromtrent verklarende uiterlijk 1 Maart van ieder jaar. De uitloting |
|
63354 |
wordt gehouden in Mei van elk jaar, begonnen in 1910; aflosbaar gestelde |
|
63355 |
obligatiën met daarbij behoorende coupons zijn den len September, op den |
|
63356 |
dag der uitloting of aflosbaarstelling volgende, betaalbaar bij de kantoren |
|
63357 |
voor de couponbetaling aangewezen. Uitstaand bedrag: zie balans. |
|
63358 |
Plan van aflossing. 1910 f 75.000; 1911 f 79.000; 1912 f 83.000: 1913 f 87.000; 1914 / 91.000; |
|
63359 |
1915 f 96.000; 1916 f 101.000; 1917 f 106.000; 1918 f 111.000; 1919 f 117.000: 1920 / 123.000 ; |
|
63360 |
1921 f 128.000; 1922 f 136.000; 1923 f 141.000; 1924 f 150.000; 1925 f 156.000; 1926 f 164.000; |
|
63361 |
1927 f 173.000; 1928 f 181.000; 1929 f 190.000; 1930 / 200.000; 1931 / 209.000; 1932 f 221.000; |
|
63362 |
1933 f 231.000; 1934 f 242.000; 1935 f 255.000; 1936 f 268.000; 1937 f 281.000; 1938 f 295.000; |
|
63363 |
1939 f 310.000: totaal f 5.000.000. |
|
63364 |
In verband met de aflossing dezer leening werd een uitlotingsreserve |
|
63365 |
gecreëerd, welke echter in 1925 met nog ruim f 6.000.000 onverdeelde winst |
|
63366 |
per ulto 1924, voor afschrijv. op deelnemingen en debiteuren werd bestemd. |
|
63367 |
Op 22 Maart 1909 was de inschrijving op f 4.000.000 dezer obligatiën open- |
|
63368 |
1) Zie noot 1) vorige pagina. |