|
66644 |
DIVERSEN. 1647 |
|
66645 |
„Vianda”, Maatschappij voor Vleeschimport en Ex- |
|
66646 |
ploitatie van Koelinrichtingen, te 's Gravenhage. Op ge- |
|
66647 |
richt: 21 Juni 1920. Duur: tot 31 Dec. 1965. Doel: in hoofdzaak |
|
66648 |
het oprichten, overnemen en exploiteeren van koelhuizen en alle daarbij |
|
66649 |
behoorende inrichtingen, zoo in als buiten Nederland, de handel in en de |
|
66650 |
behandeling van alle goederen, welke voor opslag daarin in aanmerking |
|
66651 |
kunnen komen, alsmede het bevrachten van schepen en het aangaan van |
|
66652 |
andere overeenkomsten, welke met het vorenomschreven doel der vennoot- |
|
66653 |
schap verband houden. De vennootschap werd opgericht onder auspiciën |
|
66654 |
der fa. Wm. H. Müller & Co., welke reeds vóór 'den oorlog bevroren vleesch |
|
66655 |
uit Argentinië invoerde en dit bedrijf in oorlogstijd verder uitbreidde. De |
|
66656 |
firma wenschte aan dit bedrijf, dat tengevolge van den verminderden vee- |
|
66657 |
stapel in Europa ook voor de komende jaren goede vooruitzichten bood, |
|
66658 |
verdere uitbreiding ook buiten Nederland te geven. Zij bracht daartoe hare |
|
66659 |
koelhuizen en daarbij behoorende installatie aan den Hoek van Holland in |
|
66660 |
de „Vianda” in, voor f 2.380.000 .- , welk bedrag bij verkoop aan derden |
|
66661 |
voetstoots te realiseeren ware geweest. De mpij. richtte einde 1920 te Bre- |
|
66662 |
merhaven op en verkreeg een controleerend belang bij de „,Frigus" |
|
66663 |
G. m. b. H. welke op genoemde plaats een moderne opslagplaats voor licht |
|
66664 |
bederfelijke artikelen heeft. In Mei 1923 werd de English & Dutch |
|
66665 |
Meat Company te Londen opgericht. Deze mpij., die te Las Pal- |
|
66666 |
mas in Argentinië een „frigorifico" (slacht- en koelhuizen) met een capa- |
|
66667 |
citeit van 70.000 ton per jaar kocht voor £ 600.000, nam eveneens de |
|
66668 |
koelhuizen, lichters, wagons etc. van de Vianda, gelegen te Hoek van |
|
66669 |
Holland en Bremerhaven en verder het geheele bedrijf over. De over- |
|
66670 |
name geschiedde na taxatie boven de boekwaarde. Na afhandeling van |
|
66671 |
deze transacties en na betaling harer schulden, was de Vianda uitsluitend |
|
66672 |
holding company van £ 258.500 van de £ 600.000 geplaatste aandeelen der |
|
66673 |
Engelsche mpij., waarover meerdere bijzonderheden zijn vermeld in deel II. |
|
66674 |
Genoemd bedrag ad £ 258.500 verminderde in 1924 tot £250.000 door ver- |
|
66675 |
koop van nom. £ 8.500 aandeelen. Kapitaal der „Vianda" geaut. groot |
|
66676 |
f 10.050.000, verdeeld in 10.000 gewone aandeelen en 50 pref. |
|
66677 |
aandeelen elk groot f 1000. Bij de oprichting werden alle pref. en |
|
66678 |
f 1.500.000 gewone aandeelen door de fa. Wm. H. Müller en hare vrienden |
|
66679 |
genomen terwijl f 1.500.000 gewone aandeelen bij publieke emissie werden |
|
66680 |
geplaatst, (zie hierna), zoodat f 3.000.000 gewone en alle preferente aan- |
|
66681 |
deelen zijn geplaatst. Bij de oprichting zijn 1000 Bewijzen van |
|
66682 |
Deelgerechtigdheid uitgegeven, die geen ander recht hebben |
|
66683 |
dan op aflossing à f 1000 per stuk. Uit de winst van 1920 werden 226 |
|
66684 |
dezer Bewijzen afgelost. De eveneens afgegeven 100 oprichtersbewijzen |
|
66685 |
met recht op 10 pct. der overwinst, werden in 1923 in verband met de |
|
66686 |
verandering der mpij. in een holding-cy., geannuleerd. De Bewijzen van |
|
66687 |
Deelgerechtigdheid en de oprichtersbewijzen werden indertijd aan de fa. |
|
66688 |
Wm. Müller & Co. afgegeven als betaling van den goodwill. De winst |
|
66689 |
van 1 Januari 1920 af werd door genoemde fa. aan „Vianda" afgestaan. |
|
66690 |
Winstverdeeling sedert omzetting der venn. in een holding cy .: |
|
66691 |
na afschrijvingen en dotaties aan reservefondsen (te bepalen door den |
|
66692 |
Raad van Bestuur) 6 pct. dividend op de preferente aandeelen. Van het |
|
66693 |
resteerende ten hoogste 6 pct. dividend op de gewone aandeelen. Van |
|
66694 |
het dan overblijvende wordt 20 pet. aangewend tot aflossing van de nog |
|
66695 |
uitstaande bewijzen van deelgerechtigdheid, totdat deze geheel zullen zijn |