|
8910 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 657 |
|
8911 |
1 Juli d.a.v. Vervroegde aflossing met 1 maand opzegging te allen tijde |
|
8912 |
voorbehouden. Voor het uitstaande bedrag zie men de balans. De winst- |
|
8913 |
verdeeling is thans als volgt: Na afschrijving en reserveeringen |
|
8914 |
en nadat het op de vroegere cumulatieve preferente aandeelen geaccu- |
|
8915 |
muleerde dividend1) geheel zal zijn betaald, eerst 6 pct. op de pre- |
|
8916 |
ferente aandeelen, daarna zoo mogelijk 6 pct. op de prioriteitsaandee- |
|
8917 |
len, vervolgens 6 pct. op de gewone aandeelen, benevens f 22 of zooveel |
|
8918 |
minder dan beschikbaar mocht zijn op elk gewoon aandeel A. Van het |
|
8919 |
restant 10 pct. aan de reserve totdat deze f 300.000 bedraagt, waarna deze |
|
8920 |
10 pct. worden aangewend tot amortisatie van oprichtersbewijzen à |
|
8921 |
f 2500 per stuk, bij uitloting; nadat alle oprichtersbewijzen zijn afgelost |
|
8922 |
komen deze 10 pct. we'der aan de reserve, totdat deze 20 pct. van het ge- |
|
8923 |
plaatste kapitaal beloopt. Van het resteerende 5 pct. aan oprichtersbewijzen, |
|
8924 |
5 pct. aan commissarissen, 15 pct. aan de directie en de rest aan gewone- en |
|
8925 |
preferente aandeelhouders, met dien verstande, dat op een gewoon aan- |
|
8926 |
deel viermaal zooveel wordt uitgekeerd als op een preferent aandeel, |
|
8927 |
ongeacht de nominale bedragen dier aand. Dividenden en uitgelote oprich- |
|
8928 |
tersbewijzen verjaren na 5 jaar. Dividend cum. pref. |
|
8929 |
winstd. aand. 1919/20 en 1920/21: 6.2 en 3 pct. (no. 3); 1921/22: nihil; |
|
8930 |
dividend: pref. winstd. aand. 1922/23-1926/27: nihil; 1927/28: 3 pct .; |
|
8931 |
1928/29: 5 pct. (no. 5, 2 Jan. 1930, in mindering achterstallig dividend van |
|
8932 |
vóór de reorganisatie bij de R. B. V. en bij Willeumier van Tijen & van |
|
8933 |
Laer, Amsterdam), sedert: nihil. Dividend (oude) gewone aandeelen |
|
8934 |
1919/20: 7 pct. (no. 1); 1920/21 en 1921/22: nihil, gewone aandeelen A 1922/23- |
|
8935 |
1933/34: nihil; prioriteitsaandeelen 1929/30-1933/34: nihil. Op 14 |
|
8936 |
Juli 1919 stond o.a. bij de kantoren der Rotterdamsche Bankvereen. de |
|
8937 |
inschrijving open op f 2.700.000 6 pct. cum. pref. winstd. aand. (thans pref. |
|
8938 |
winstdeelende aandeelen), groot f 1000, tot den koers van |
|
8939 |
100 pct. incl. div. 1919/20. Zij verkregen 5 Mei 1920 officieele noteering |
|
8940 |
en zijn sedert 30 April 1924 slechts leverbaar indien voorzien van het |
|
8941 |
stempel wegens vervallenverklaring van het cumulatierecht. Omtrent de |
|
8942 |
in 1925 en 1929 geboden gelegenheid tot verwisseling van pref. aandeelen |
|
8943 |
tegen obligatiën zie men hierboven. De gewone aandeelen groot |
|
8944 |
f 1000 (thans gewone aandeelen A, groot f 300), verkregen |
|
8945 |
op 25 Mei 1920 officieele noteering en zijn sedert 30 April 1924 niet |
|
8946 |
anders leverbaar dan indien voorzien van de afstempeling op |
|
8947 |
f 300. Men zie het prospectus aan het einde van deel I, jaarg. 1920. |
|
8948 |
Directeur-Generaal: CarelJ. A. Begeer. Directeur: |
|
8949 |
Dirk Vos. Commissarissen: J. H. Th. O. Kettlitz, voorz., |
|
8950 |
A. C. J. Begeer, C. F. J. Brands, J. Burgy en F. R. |
|
8951 |
Wilm. |
|
8952 |
Adres: Den Haag, Noordeinde 1. |
|
8953 |
1) De meeningen omtrent de grootte van de accumulatie zijn verdeeld. In Be- |
|
8954 |
stuurskringen acht men 14 pct. het meest juiste percentage; hierop is inmiddels |
|
8955 |
8 pct. betaald. |
|
8956 |
Koersen gewone aandeelen: 1920: 90-75; 1925: 34-10%; 1926: 60-28}; 1927: 572-362; |
|
8957 |
1928: 89-56; 1929: 131-68; 1930: 772-65; 1931: 30-102; 1932: 24-10; 1933: 332-16%. |
|
8958 |
Koersen pref. winstd. (vóór 1923 cum. pref. winstd.) aandeelen: 1920: 97-82} ; |
|
8959 |
1925 : 61-25}; 1926: 69-482; 1927: 732-49%; 1928: 894-70%; 1929: 842-64; 1930: 644-36; |
|
8960 |
1931: 304-10%; 1932: 202-93; 1933: 244-16. |
|
8961 |
VAN Oss. Effectenboek voor 1935. XXXII1. 42 |