|
21370 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 867 |
|
21371 |
aandeelen kunnen te allen tijde geheel of gedeeltelijk, met 3 maanden op- |
|
21372 |
zegging, uit een te vormen bijzonder reservefonds worden geamorti- |
|
21373 |
seerd à 105 pct. inclusief opgeloopen dividend. Het bestuur kan tot |
|
21374 |
f 1.200.000 preferente aandeelen inkoopen. De inschrijving op een verdere |
|
21375 |
f 600.000 dezer preferente aandeelen heeft den 5 September 1916, eveneens |
|
21376 |
bij de Rotterdamsche Bankvereeniging, opengestaan tot den koers van 100 |
|
21377 |
pet., incl. div. 1916/17 en met voorkeursrecht voor houders van reeds uitge- |
|
21378 |
geven cum. pref. aandeelen (2 oude : 1 nieuw, no. 1). Men zie het prospec- |
|
21379 |
tus aan het einde van Deel II, jaarg. 1916/17. Winstverdeeling: Na |
|
21380 |
afschrijvingen, 6 pct. cumulatief dividend aan preferente aandeelhouders, |
|
21381 |
daarna hoogstens 6 pct. dividend aan gewone aandeelhouders. Vervolgens |
|
21382 |
kan een bedrag worden gereserveerd voor speciale doeleinden. Van het |
|
21383 |
overblijvende 25 pct. aan de reserve; van het restant: 63 pct. aan iederen |
|
21384 |
directeur (max 13} pct.); 1 pct. aan iederen commissaris (max. 10 pct.); 20 |
|
21385 |
pct. aan de reserve, terwijl het resteerende komt aan gewone en preferente |
|
21386 |
aandeelhouders met dien verstande, dat een gewoon aandeel daarvan 10 |
|
21387 |
maal zooveel geniet als een pref. aand. Ter aflossing der 7 pct. leening van |
|
21388 |
1921 (zie jrg. 1928) werden uitgegeven f 2.750.000 5 pct. hyp. obliga- |
|
21389 |
tiën 1926 groot f 1000 met coupons 1 Maart en 1 September, |
|
21390 |
waarop 15 Dec. 1926 de inschrijving openstond bij de R. B. V. à 97 pct. A f- |
|
21391 |
lossing1) op 1 Sept. der jaren 1928-1937 resp. 70, 70, 75, 81, 86, 92, |
|
21392 |
100, 105, 112 en 119, 1 Sept. 1938-1944 telkens 120 en 1 Sept. 1945-1952 |
|
21393 |
telkens 125 obligatiën. Versterkte of geheele aflossing met 1 maand op- |
|
21394 |
zegging toegestaan. Aflossing kan zoowel door inkoop als door uit- |
|
21395 |
loting geschieden. Zekerheid: hypotheek op alle onroerende goe- |
|
21396 |
deren der venn., ondergeschikt aan de hypotheken der bestaande 4 en |
|
21397 |
5 pcts. leeningen en een inschrijving ultimo 1933 f 385.450 beloopende. |
|
21398 |
Trustee: Nedam Trust, Amsterdam. Officieel genoteerd sedert 14 Juli |
|
21399 |
1927. Prospectus in deel II 1927, pag. 32 der prosp. 5 pct. hyp. |
|
21400 |
obligatiën 1917, groot f 1000, met coupons per 2 Jan. en |
|
21401 |
1 Juli, waarvan de eerste 1 Juli 1918 verviel. Aflossing2), aangevan- |
|
21402 |
gen in 1922, door uitloting à pari in Mei van 3 pct. der uitgegeven oblig .; |
|
21403 |
betaling der lossingen vindt plaats 1 Juli d.a.v. Recht tot vervroegde af- |
|
21404 |
lossing vanaf 1 Jan. 1927 voorbehouden. In het prospectus werd bepaald : |
|
21405 |
„De hypotheek wordt verleend voor een klein deel op onbezwaarde eigendommen |
|
21406 |
en voor het overgroote deel op de activa, die nog tot het verband der 4 pct. hyp. |
|
21407 |
leening behooren en waarvan ook deel uitmaken verschillende perceelen, die, hoewel |
|
21408 |
ingevolge de destijds gemaakte bepalingen, niet uit het verband vrijgegeven, feite- |
|
21409 |
lijk onbezwaard zijn omdat de daarop verstrekte hypotheek inmiddels is afgelost." |
|
21410 |
Op f 500.000 dezer obligatiën, deel eener leening groot f 1.000.000, heeft |
|
21411 |
ten kantore van de Rotterdamsche Bankvereeniging op 12 December 1917 |
|
21412 |
de inschrijving opengestaan tot den koers van 99 pct. Zie het prospectus |
|
21413 |
aan het einde van Deel II, jaarg. 1917/18. De resteerende f 500.000 werden |
|
21414 |
op 6 November 1918 door de Rotterdamsche Bankvereeniging tot den koers |
|
21415 |
van 97 pct. uitgegeven. Aflossingsvoorwaarden als bij het eerste gedeelte. |
|
21416 |
Op 22 Febr. 1910 was bij de Nationale Bank te 's Gravenhage, de Deposito- |
|
21417 |
en Administratiebank te Rotterdam en de H.H. Testas & Waller en Patijn, |
|
21418 |
1) Op 26 Jan. 1934 keurden de obligatiehouders goed, dat de uitlotingen en aflos- |
|
21419 |
singen 3 jaar worden opgeschort, zoodat de aflossing per 1 Sept. 1934 zal plaats |
|
21420 |
hebben per 1 Sept. 1937 enz. Daar een gelijke opschorting is verleend voor de 5 pct. |
|
21421 |
leening 1917, zal van de obligatiën 1917 en 1926 in deze 3 jaren uit evt. beschik- |
|
21422 |
bare gelden, inkoop plaats vinden, in verhouding 30 : 106. Deze |
|
21423 |
verhouding is berekend naar de verhouding van de opgeschorte aflossingen der 2 |
|
21424 |
leeningen. 2) Op 29 Dec. 1933 keurden de obligatiehouders goed, dat de uitlotingen |
|
21425 |
en aflossingen 3 jaar worden opgeschort, zoodat de aflossing per 1 Juli 1934 zal |
|
21426 |
plaats hebben per 1 Juli 1937 enz. Inkoop, zie noot 1). |