|
31180 |
RUBBER-MAATSCHAPPIJEN. |
|
31181 |
(N.B. De aandeelen van alle Nederlandsche en Ned. Indische |
|
31182 |
rubbermaatschappijen zijn in de officieele prijscourant |
|
31183 |
ingedeeld bij de groep A, d.w.z. dat van deze fondsen |
|
31184 |
per beursdag noteering kan plaats vinden in zeven |
|
31185 |
tijdvakken). |
|
31186 |
Rubberrestrictie. Op 7 Mei 1934 werd te Londen een inter- |
|
31187 |
nationale rubberrestrictie-overeenkomst getekend namens de regeeringen |
|
31188 |
van Nederland, Engeland, Britsch-Indië, Frankrijk en Siam. Deze over- |
|
31189 |
eenkomst loopt, behoudens verlenging, van 1 Juni 1934 t/m. 31 Dec. 1938 en |
|
31190 |
omvat de volgende gebieden : Malaya, Ned. Indië, Ceylon, Indië (incl. |
|
31191 |
Burma), Fransch Indo China, Britsch Noord Borneo, Serawak en Siam, |
|
31192 |
voor welke gebieden basisquota werden vastgesteld. De overeenkomst be- |
|
31193 |
paalt dat het verboden is rubber aan te planten, behalve voor proefnemin- |
|
31194 |
gen, en dan slechts tot een omvang, welke gelijk is aan } pct. van het |
|
31195 |
totaal beplante oppervlak van ieder gebied. Herbeplanting is beperkt tot |
|
31196 |
20 pct. van de bestaande beplante oppervlakte. Uitvoer van plantmateriaal |
|
31197 |
is ook verboden. Volgens de overeenkomst is benoemd een „International |
|
31198 |
Rubber Regulation Committee", samengesteld uit delegaties der verschil- |
|
31199 |
lende regeeringen. Tot leden der Nederlandsche delegatie zijn aangewezen : |
|
31200 |
Prof. J. van Gelderen, D. Bolderhey en Prof. Dr. L. P. de Cosquino de |
|
31201 |
Bussy en tot plaatsvervangende leden: F. Enthoven en R. A. A. Soejono. |
|
31202 |
De voornaamste bezigheid van dit comité zal zijn het van tijd tot tijd |
|
31203 |
vaststellen van het percentage van de basisquota dat de gebiedsdeelen |
|
31204 |
mogen uitvoeren. |
|
31205 |
Voor Ned.Indië werden voor de jaren 1934-1938 de basisquota vastge- |
|
31206 |
steld op resp. 357.632, 406.400, 450.088,1) 474.4721) en 492.7601) tons van 1000 |
|
31207 |
K.G. droge rubber, terwijl de grondslag voor den uitvoer van ondernemings- |
|
31208 |
rubber over die jaren resp. 208.532, 236.968, 262.442, 276.660 en 287.324 tons |
|
31209 |
van 1000 K.G. droge rubber bedraagt. |
|
31210 |
Het comité heeft besloten, dat de vermindering der uitvoeren geleidelijk |
|
31211 |
zal geschieden en heeft bepaald, dat in Juni en Juli 1934 100 pct., in Aug. |
|
31212 |
en Sept. 90 pct., in Oct. en Nov. 80 pct. en in Dec. 1934 70 pct. van het |
|
31213 |
basisquotum 1934 mag worden uitgevoerd. In het le, 2e, 3e en 4e kwartaal |
|
31214 |
1935 mocht resp. 75, 70, 65 en 60 pct. van het basisquotum worden uitge- |
|
31215 |
voerd. Voor het eerste halfjaar 1936 blijft het percentage van 60 pct. onver- |
|
31216 |
anderd. Voor de Ned. Indische ondernemingen afzonderlijk wordt de stan- |
|
31217 |
daardproductie vastgesteld door den Directeur van Economische Zaken (ge- |
|
31218 |
hoord de permanente rubbercommissie) die daarbij, als basis neemt, de |
|
31219 |
productiejaren 1929/32 en overigens de voorschriften volgt van desbetreffende |
|
31220 |
Regeeringsordonnanties. De ondernemers kunnen tegen de hun toegekende |
|
31221 |
standaardproductie in verzet komen; zij zijn verplicht betrouwbare meet- |
|
31222 |
kaarten van hun aanplantingen over te leggen. De voorgenoemde percen- |
|
31223 |
1) Het International Rubber Regulation Committee heeft zich bereid verklaard |
|
31224 |
voor Ned. Indië een vermeerdering van deze quota van resp. 57.000, 53.000 en 55.000 |
|
31225 |
tons van 1016 K.G. voor de jaren 1936, 1937 en 1938 aan te bevelen. Deze verhoogin- |
|
31226 |
gen zullen geheel ten goede worden gebracht aan de basisquota welke aan de |
|
31227 |
bevolkingscultuur zijn toegewezen. |
|
31228 |
VAN Oss. Effectenboek voor 1936. XXXIII1. 65 |