|
8582 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 637 |
|
8583 |
Reorganisatie. Het verlies over het boekjaar 1921/22 inclusief nood- |
|
8584 |
zakelijke afschrijvingen bedroeg na afboeking van f 348.457 reserven |
|
8585 |
nog f 3.812.317. Een reorganisatieplan werd 16 April en 1 Mei 1923 |
|
8586 |
aangenomen, waarbij het verlies werd geëlimineerd doordien 2355 ge- |
|
8587 |
wone aandeelen en 143 preferente aandeelen onder pari werden inge- |
|
8588 |
kocht en afgeboekt en op de daarna uitstaande 2670 stuks gewone aan- |
|
8589 |
deelen 70 pct. werd afgeschreven. Van de 2670 op f 300 afgeschreven aan- |
|
8590 |
deelen werden in 1931/32 en 1932/33 192 stuks ingekocht. De houders der |
|
8591 |
6 pct. cum. pref. winstd. aand. gaven onder het plan hun recht op |
|
8592 |
latere cumulaties prijs. De 240 uitstaan'de o p r.b e wijzen bleven bij |
|
8593 |
de reorganisatie onaangetast. Bij circulaire d.d. 6 Mei 1925 werd den prefe- |
|
8594 |
renten aandeelhouders aangeboden elk aandeel ad f 1000 af te lossen met |
|
8595 |
een 6 pct. obligatie ad f 333.33. Houders van 730 preferente aandeelen |
|
8596 |
maakten hiervan gebruik en ontvingen alzoo 730 obligatiën groot f 333.33. |
|
8597 |
Het preferente kapitaal werd daardoor verminderd van f 4.130.000 tot |
|
8598 |
f 3.400.000. De door deze transactie ontstane boekwinst bedroeg na aftrek |
|
8599 |
van onkosten f 482.578.66 en werd bijna geheel op de tastbare activa af- |
|
8600 |
geschreven. Het nog uitstaand bedrag der bij deze gelegenheid uitgegeven |
|
8601 |
6 pct. obligatiën 1925, alsmede het restant der 6 pct. leening 1919 werd 1 Juli |
|
8602 |
1929 afgelost. Op 1 Juli 1928 was van beide leeningen samen nog f 211.999.19 |
|
8603 |
uitstaande. Bijzonderheden omtrent deze leeningen vindt men in jrg. 1929. |
|
8604 |
Aflossing geschiedde in contanten of naar keuze van hou'der in 6 pct. obliga- |
|
8605 |
tiën 1929 à pari (zie hierna). Bij circulaire d.d. 5 Febr. 1929 werd den pref. |
|
8606 |
aandeelhouders aangeboden hoogstens 900 pref. aandeelen, groot f 1000, |
|
8607 |
incl. div. bewijs no. 5 e.v., stuk om stuk te verwisselen in 6 pct obli- |
|
8608 |
gatiën 1929 groot f 800 elk. Er werden 400 pref. aandeelen ter verwis- |
|
8609 |
seling ingeleverd. Bovendien werden in 1928/29-1933/34: resp. 250, 100, 77, 50 |
|
8610 |
en 138 pref. aand. ingekocht, zoodat thans nog 2.385 dezer aand. uitstaan. |
|
8611 |
De 6 pct. obligatiën 1929 ad f 800 hebben coupons per 1 Jan. |
|
8612 |
en 1 Juli. Eerste coupon 1 Juli 1929. Aflossing door uitloting van 1/25 |
|
8613 |
der leening in Febr .- Mei der jaren 1932 t./m 1956. ter uitbetaling telkens |
|
8614 |
1 Juli d.a.v. Vervroegde aflossing met 1 maand opzegging te allen tijde |
|
8615 |
voorbehouden. Voor het uitstaande bedrag zie men de balans. De winst- |
|
8616 |
verdeeling is thans als volgt: Na afschrijving en reserveeringen |
|
8617 |
en nadat het op de vroegere cumulatieve preferente aandeelen geaccu- |
|
8618 |
muleerde dividend1) geheel zal zijn betaald, eerst 6 pct. op de pre- |
|
8619 |
ferente aandeelen, daarna zoo mogelijk 6 pct. op de prioriteitsaandee- |
|
8620 |
len, vervolgens 6 pct. op de gewone aandeelen, benevens f 22 of zooveel |
|
8621 |
minder dan beschikbaar mocht zijn op elk gewoon aandeel A. Van het |
|
8622 |
restant 10 pct. aan de reserve totdat deze f 300.000 bedraagt, waarna deze |
|
8623 |
10 pct. worden aangewend tot amortisatie van oprichtersbewijzen à |
|
8624 |
f 2500 per stuk, bij uitloting; nadat alle oprichtersbewijzen zijn afgelost |
|
8625 |
komen deze 10 pct. weder aan de reserve, totdat deze 20 pct. van het ge- |
|
8626 |
plaatste kapitaal beloopt. Van het resteerende 5 pct. aan oprichtersbewijzen, |
|
8627 |
5 pct. aan commissarissen, 15 pct. aan de directie en de rest aan gewone- en |
|
8628 |
preferente aandeelhouders, met dien verstande, dat op een gewoon aan- |
|
8629 |
deel viermaal zooveel wordt uitgekeerd als op een preferent aandeel, |
|
8630 |
ongeacht de nominale bedragen dier aand. Dividenden en uitgelote oprich- |
|
8631 |
tersbewijzen verjaren na 5 jaar. Dividend cum. pref. |
|
8632 |
1) De meeningen omtrent de grootte van de accumulatie zijn verdeeld. In Be. |
|
8633 |
stuurskringen acht men 14 pct. het meest juiste percentage; hierop is inmiddels |
|
8634 |
8 pct. betaald. |