Page 718 in yearbook 1938

Page 718 in yearbook 1938

Page Block

Scanned page

Yearbook Vol. Seq P.no Type Size File
1938 vanoss_1938_domestic 718 680 content 1393 × 2290 1938/88279

Blocks on this page 0

No blocks have been marked on this page.

Page content 71

The raw OCR output of this page, line by line.
15115 680 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN
15116 N.B. In bovenstaand overzicht zijn niet opgenomen vorderingen en verplichtingen, vervallend na
15117 31 Dec. 1937. Op basis van den wisselkoers van 31 Dec. 1936 beloopt het totale bedrag dezer vorderin-
15118 gen op langen termijn f 58.825.000 en dat der- obligatie- en andere schulden op langen termijn
15119 f 140.130.000.
15120 5 Mei 1937 deelde de voorzitter o.m. mede, dat ongeveer { van de 43 fabrieken in Duitschland,
15121 margarinefabrieken zijn en dat met het oog op den omvang van belangen als hier bedoeld, voortdurend
15122 een conservatieve dividendpolitiek is gevoerd. Afgescheiden van de gedane afschrijvingen is sedert 1929
15123 uit de bedrijfswinsten meer dan f 125.000.000 in het bedrijf gehouden, terwijl bovendien uit agio en
15124 andere winsten ruim f 40.000.000 aan de reserves is toegevoegd.
15125 Op goudbasis beloopt het gezamenlijk gewone kapitaal der beide mijen rond f 306.000.000 of
15126 £ 25.500.000. De bijdragen tot de winsten van Unilever N.V. en Unilever Ltd. over de laatste 3 jaren,
15127 geeft het volgende beeld. Over 1934 het eerste jaar van een bescheiden herstel, heeft de N.V. 53 pct.
15128 en de Ltd. 47 pct. van de gezamenlijke winsten verdiend. In 1935 daalde het aandeel der N.V. tot
15129 43 pct. en in 1936 tot 33 pct. Deze ontwikkeling van zaken vindt haar oorzaak in de aanzienlijke ver-
15130 betering der bedrijfsresultaten in het Britsche Rijk en in de Ver. Staten van Amerika; daartegenover
15131 zijn bij de Unilever N.V. de winsten over 1936 niet in gelijke verhouding toegenomen, ook al is de
15132 vermindering harer winstcapaciteit in Centraal Europa door andere landen meer dan goedgemaakt.
15133 Ik vrees, aldus de voorzitter, dat onze winsten uit landen met beperkt valutaverkeer in de toekomst
15134 nog een verdere vermindering zullen vertoonen; sinds Jan. 1937 is onze margarineproductie in Duitsch-
15135 land door regeeringsmaatregelen weder verder besnoeid, terwijl overal de belastingen steeds meer wor-
15136 den opgeschroefd.
15137 Walvischolieproces. In Jan. 1936 werd in een proces tusschen Unilever en 3 Noorsche
15138 mpijen, die door wettelijke vangstbeperking hun leveringscontracten van walvischolie niet waren na-
15139 gekomen, een schikking getroffen, waarbij de contractueele leveringen alsnog zullen geschieden, doch
15140 tegen £ 13,5 per ton in plaats van £ 8,10 per ton zooals oorspronkelijk was overeengekomen.
15141 HOOFDBEGINSELEN EENER OVEREENKOMST TUSSCHEN LEVER BROTHERS & UNILEVER
15142 N.V. EN LEVER BROTHERS & UNILEVER LTD.
15143 Door de Algemeene Aandeelhoudersvergadering van Unilever N.V. gehouden 5 Oct. 1937 werd in
15144 verband met de amalgamatie van Unilever Limited met Lever Brothers Limited goedkeuring verleend
15145 aan de opheffing der tusschen Unilever N.V. en Unilever Limited bestaande overeenkomst tot nivel-
15146 leering van de waarden van overeenkomstige klassen van aandeelen in die beide Maatschappijen en
15147 het aangaan van een nieuwe overeenkomst met de Engelsche Geamalgameerde Maatschappij met soort-
15148 gelijk doel.
15149 De hoofdbeginselen dier nieuwe overeenkomst zijn de navolgende.
15150 De preferente aandeelhouders van ieder der beide Maatschappijen zullen voor hunne dividenden in
15151 de eerste plaats zijn aangewezen op de door haar eigen Maatschappij over het betrokken boekjaar be-
15152 haalde jaarwinst en die jaarwinst zal door ieder der beide Maatschappijen in de eerste plaats worden
15153 aangewend tot voldoening van het dividend op haar eigen preferente aandeelen, inclusief eenig achter-
15154 stallig dividend daarop.
15155 Indien echter in eenig jaar het jaarresultaat van één der beide Maatschappijen ontoereikend is voor
15156 de voldoening van het dividend op haar preferente aandeelen (inclusief eenig achterstallig dividend
15157 daarop), doch het jaarresultaat der andere Maatschappij, na aftrek van het bedrag vereischt voor het
15158 dividend op hare eigen preferente aandeelen, nog eenig overschot laat, dan zal dat overschot worden
15159 aangewend tot goedmaking van het tekort bij eerstbedoelde Maatschappij.
15160 Indien na ontvangst dier bijdrage het resultaat van eerstbedoelde Maatschappij nog ontoereikend
15161 is voor volledige voldoening harer preferente dividenden, dan zal zij voor de dekking van het dan nog
15162 overblijvend tekort in de eerste plaats zijn aangewezen op haar eigen vrije reserves; indien en voor
15163 zoover ook deze daartoe ontoereikend mochten zijn, zal de andere Maatschappij dat tekort uit haar
15164 vrije reserves moeten aanzuiveren.
15165 Dezelfde beginselen zullen, wat de preferente aandeelhouders der beide Maatschappijen betreft, gelden
15166 ingeval van liquidatie. Ook in dat geval zullen de preferente aandeelhouders van ieder der beide Maat-
15167 schappijen in de eerste plaats zoowel voor kapitaal als voor nog verschuldigd dividend weder zijn aan-
15168 gewezen op de activa harer eigen Maatschappij. Ingeval één der beide Maatschappijen uit haar eigen
15169 middelen tot volledige voldoening harer preferente aandeelhouders niet in staat zou zijn, zal de andere
15170 Maatschappij het tekort hebben aan te zuiveren, doch slechts indien en voor zoover hare activa, na vol-
15171 ledige voldoening harer eigen preferente aandeelhouders, haar een overschot laten.
15172 Met betrekking tot de gewone aandeelen van beide Maatschappijen bevat de nieuwe overeenkomst,
15173 op het voetspoor der thans bestaande, de navolgende regelingen ten aanzien van uitkeering van di-
15174 vidend en van uitkeeringen bij liquidatie.
15175 Wat het dividend betreft, voorziet de overeenkomst in een uitkeering van gewone dividenden door
15176 beide Maatschappijen op den voet, dat het dividend op iedere twaalf gulden nominaal aan gewone
15177 aandeelen der Hollandsche Maatschappij steeds in geldswaarde gelijk zal zijn aan het dividend, hetwelk
15178 op één pond sterling nominaal aan gewone aandeelen der Engelsche Maatschappij wordt uitgekeerd.
15179 Als basis voor berekening zal daarbij worden aangenomen den wisselkoers, geldende tusschen Holland
15180 en Engeland op den dag, waarop door de Raden van Bestuur van beide Maatschappijen tot de
15181 uitkeering van een interimdividend wordt besloten, respectievelijk die Raden van Bestuur besluiten
15182 de uitkeering van een slotdividend aan de Algemeene Vergadering voor te stellen. Mocht bij één
15183 van beide Maatschappijen de voor uitdeeling beschikbare winst (inclusief hare Vrije Reserves) voor de
15184 uitkeering van een zoodanig dividend niet toereiken, dan zal de andere Maatschappij verplicht zijn
15185 het ontbrekende aan te vullen.