|
18886 |
746 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN |
|
18887 |
en 1 Sept. 1945-1952 telkens 125 obligatiën. Versterkte of geheele aflossing met |
|
18888 |
1 maand opzegging toegestaan. Aflossing kan zoowel door inkoop als door uit- |
|
18889 |
loting geschieden. De aflossing, welke eerst in 1934 drie jaren werd opgeschort, |
|
18890 |
werd in 1936 voor verdere 5 jaren opgeschort tot 1 Sept. 1942, onverminderd de |
|
18891 |
bevoegdheid om deze aflossingen op een vroeger tijdstip te hervatten. Zekerheid: |
|
18892 |
hypotheek op alle onroerende goederen der venn., ondergeschikt aan de hypotheken |
|
18893 |
der bestaande 4 en 5 pcts. leeningen en een inschrijving 30 Sept. 1936 f 331.750 |
|
18894 |
beloopende. Trustee: Nedam Trust, Amsterdam. Op 15 Dec. 1926 stond bij de |
|
18895 |
R. B. V. de inschrijving à 97 pct. op deze leening open. Prospectus in deel II 1927. |
|
18896 |
Uitstaand bedrag sedert 2 Sept. 1933 f 2.276.000. 5 pct. hyp. obligatiën |
|
18897 |
1917, groot f 1000, met coupons per 2 Jan. en 1 Juli, waarvan de eerste 1 Juli |
|
18898 |
1918 verviel. Ingevolge besluit van obligatiehouders dd. 4 Dec. 1936 wordt ge- |
|
18899 |
durende 5 jaren slechts 4 pct. rente per jaar betaald, in verband waarmede de |
|
18900 |
verhandeling geschiedt inclusief de eerstverschijnende coupon en zonder bij- |
|
18901 |
berekening van rente. De resteerende 1 pct. wordt evt. uit winst betaald (zie winst- |
|
18902 |
verdeeling). Aflossing, aangevangen in 1922, door uitloting à pari in Mei van |
|
18903 |
3 pct. der uitgegeven oblig .; betaling der lossingen vindt plaats 1 Juli d.a.v. Recht |
|
18904 |
tot vervroegde aflossing vanaf 1 Jan. 1927 voorbehouden. De aflossing, welke in |
|
18905 |
1934 eerst 3 jaren werd opgeschort, werd in 1936 voor verdere 5 jaren opgeschort |
|
18906 |
tot 1 Juli 1942, onverminderd de bevoegdheid om deze aflossingen op een vroeger |
|
18907 |
tijdstip te hervatten. In het prospectus werd bepaald: |
|
18908 |
„De hypotheek wordt verleend voor een klein deel op onbezwaarde eigendommen en voor het overgroote deel |
|
18909 |
op de activa, die nog tot het verband der 4 pct. hyp. leening behooren en waarvan ook deel uitmaken ver- |
|
18910 |
schillende perceelen, die, hoewel ingevolge de destijds gemaakte bepalingen, niet uit het verband vrijgegeven, |
|
18911 |
feitelijk onbezwaard zijn omdat de daarop verstrekte hypotheek inmiddels is afgelost". |
|
18912 |
Nadat op 12 Dec. 1917 bij de R. B. V. de inschrijving op f 500.000 dezer lee- |
|
18913 |
ning openstond à 99 pct., werd op 6 Nov. 1918 de resteerende f 500.000 door de |
|
18914 |
R. B. V. geëmitteerd à 97 pct. Prospectus in deel II 1917/18. Uitstaand bedrag |
|
18915 |
sedert 2 Juli 1933 f 640.000. |
|
18916 |
Op 22 Februari 1910 was bij de Nationale Bank te 's-Gravenhage, de Deposito- |
|
18917 |
en Administratiebank te Rotterdam en de H.H. Testas & Waller en Patijn, van |
|
18918 |
Notten & Co. te A'dam, de inschrijving opengesteld op f 1.500.000 1 e hy p. |
|
18919 |
4 pct. obligatiën 1910 à 97} pct. Deze leening diende tot aflossing der |
|
18920 |
resteerende f 1.190.000 5 pcts. oblig. van 1901. Obligatiën 1910 groot f 1000, cou- |
|
18921 |
pons 1 Maart en 1 Sept. Aflossing à pari, in uiterlijk 35 jaren, begonnen in 1914, |
|
18922 |
door uitloting in Dec., betaalbaar 1 Maart d.a.v. Af te lossen zijn nog in 1936- |
|
18923 |
1944 respectievelijk 60, 61, 64, 67, 69, 72, 75, 78 en 80 obligatiën. 30 Nov. 1936 |
|
18924 |
keurden obligatiehouders goed, dat de aflossingen der jaren 1937 t/m 1941 worden |
|
18925 |
gehalveerd tot resp. f 31.000, f 32.000, f 33.000, f 34.000 en f 36.000. De leening |
|
18926 |
is gewaarborgd door eerste hypothecair verband op onroerende bezittingen te |
|
18927 |
's-Hage, te A'dam en R'dam, destijds geschat op een waarde van f 1.800.000. |
|
18928 |
Trustee der leening is: de Deposito- en Administratiebank. In 1926 werden f 19.000 |
|
18929 |
obligatiën extra afgelost. Uitstaand bedrag op 2 Maart 1937 f 535.000. |
|
18930 |
Dividenden gewone aandeelen 1903/4-1920/21: 12, 12, 12, 16, 11, 12, 12, 12, |
|
18931 |
12, 15, 15, 26, 24, 16, 26, 26, 26 en 6 pct .; 1921/22-1930/31: 0, 6, 6, 6, |
|
18932 |
6, 6, 10, 10, 10 en 6 pct. (no. 37); sedert: nihil. Cumulatief preferente aandeelen |
|
18933 |
1915/16-1919/20: 7.8, 7, 8, 8 en 8 pct .; 1920/21-1926/27: telkens 6 pct .; 1927/28- |
|
18934 |
1929/30: telkens 6.4 pct .; 1930/31: 6 pct. (no. 17, 1 Febr. 1932 bij de R. B. V.); |
|
18935 |
1931/32-1935/36: nihil; van de achterstal werd bij de reorganisatie van 1936 |
|
18936 |
afstand gedaan. |
|
18937 |
Directie: L. Kirchmann en J. D. Peters. Commissarissen: Mr. R. J. H. Patijn, |