Page 807 in yearbook 1939

Page 807 in yearbook 1939

Page Block

Scanned page

Yearbook Vol. Seq P.no Type Size File
1939 vanoss_1939_domestic 807 769 content 1393 × 2368 1939/91996

Blocks on this page 0

No blocks have been marked on this page.

Page content 53

The raw OCR output of this page, line by line.
19111 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN 769
19112 len toen groot f 1000, incl. dividend 1916/17 (voorkeur 2 : 1, no. 1). Prospectus
19113 in deel II, 1916/17.
19114 Winstverdeeling: Na afschrijvingen en reserveeringen, allereerst f 10 per obli-
19115 gatie van f 1000 der 5 pct. leening 1917, benevens een gelijk bedrag over elk
19116 voorafgaand jaar, waarover deze. uitkeering sinds 2 Jan. 1937 niet heeft plaats
19117 gehad, daarna f 20 per obligatie van f 1000 der 5 pct. leening 1926, benevens een
19118 gelijk bedrag over elk voorafgaand jaar, waarover deze uitkeering niet heeft plaats
19119 gehad sinds 2 Jan. 1937. Vervolgens wordt in een speciaal reservefonds gestort een
19120 bedrag tenminste gelijkstaande met het bedrag hetwelk, doordat in het afge-
19121 loopen jaar de aanvankelijk overeengekomen aflossingen op de obligatieleenin-
19122 gen niet hebben plaats gehad, niet aan obligatiehouders is ten goede gekomen.
19123 Heeft zoodanige storting over eenig voorafgaand jaar niet plaats gehad, dan
19124 wordt ook hetgeen over dat jaar niet is gestort, ingehouden. Van het daarna over-
19125 blijvende f 60 op elk pref. aandeel en daarna tot een maximum van f 60 op elk
19126 gewoon aandeel. Vervolgens kan, op voorstel van commissarissen een bedrag
19127 worden gereserveerd voor speciale doeleinden. Van de overwinst komt 25 pct.
19128 aan de reserve en van het daarna overblijvende maximaal 13} pct. aan de directie
19129 onder hen gelijkelijk te verdeelen tot een maximum van 63 pct. voor iederen direc-
19130 teur, maximaal 10 pct. aan commissarissen met een maximum van 1 pct. voor elken
19131 commissaris, 20 pct. aan de reserve. De rest aan alle aandeelhouders, met dien
19132 verstande dat een gewoon aandeel daarvan driemaal zooveel geniet als een prefe-
19133 rent aandeel, zijnde echter de A. V. bevoegd te beslissen, dit bedrag geheel of ge-
19134 deeltelijk een andere bestemming te geven, waaronder begrepen een reserve voor
19135 amortisatie van preferente aandeelen.
19136 Ingeval van liquidatie wordt eerst op elke 5 pct. obligatie 1917 f 10 uitgekeerd
19137 voor elk jaar dat deze uitkeering sinds 2 Jan. 1937 achterstallig is en vervolgens
19138 op elke 5 pct. obligatie 1926 f 20 voor elk jaar dat deze uitkeering achterstallig is
19139 sinds 2 Jan. 1937. Van het overblijvende op elk pref. aandeel f 1000 plus 6 pct.
19140 per jaar voor dat bedrag en daarna op elk gewoon aandeel f 1000. Het dan nog
19141 resteerende wordt verdeeld als de overwinst hiervoor vermeld, met dien verstande,
19142 dat de dotatie aan de reserve ten goede komt aan aandeelhouders, waarbij op een
19143 gewoon aandeel 10 maal zooveel wordt uitgekeerd als op een pref. aandeel; daarna
19144 hoogstens 6 pct. dividend aan gewone aandeelhouders. Vervolgens kan een bedrag
19145 worden gereserveerd voor speciale doeleinden. Van het overblijvende 25 pct. aan
19146 de reserve; van het restant: 6§ pct. aan iederen directeur (max. 13} pct.); 1 pct.
19147 aan iederen commissaris (max. 10 pct.); 20 pct. aan de reserve, terwijl het restee-
19148 rende komt aan gewone en preferente aandeelhouders met dien verstande, dat
19149 een gewoon aandeel daarvan driemaal zooveel geniet als een preferent aand.
19150 Ter aflossing der 7 pct. leening van 1921 (zie jrg. 1928) werden uitgegeven
19151 f 2.750.000 5 (tijdelijk min. 3) pct. hyp. obligatiën 1926 groot f 1000
19152 met coupons 1 Mrt. en 1 Sept. Sinds 1 Jan. 1937 wordt ingevolge besluit van obliga-
19153 tiehouders, d.d. 28 Dec. 1936 gedurende 5 jaren, slechts 3 pct. rente per jaar be-
19154 taald, in verband waarmede de verhandeling geschiedt inclusief de eerstverschij-
19155 nende coupon en zonder bijberekening van rente. De resteerende 2 pct. wordt evt.
19156 uit winst betaald (zie winstverdeeling). Aflossing op 1 Sept. der jaren 1928-1937
19157 resp. 70, 70, 75, 81, 86, 92, 100, 105, 112 en 119, 1 Sept. 1938-1944 telkens 120
19158 en 1 Sept. 1945-1952 telkens 125 obligatiën. Versterkte of geheele aflossing met
19159 1 maand opzegging toegestaan. Aflossing kan zoowel door inkoop als door uit-
19160 loting geschieden. De aflossing, welke eerst in 1934 drie jaren werd opgeschort,
19161 werd in 1936 voor verdere 5 jaren opgeschort tot 1 Sept. 1942, onverminderd de
19162 bevoegdheid om deze aflossingen op een vroeger tijdstip te hervatten. Zekerheid:
19163 Van Oss' Effectenboek voor 1939. XXXVI1. 49