Scanned page
| Yearbook | Vol. | Seq | P.no | Type | Size | File |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1939 | vanoss_1939_domestic |
896 | 858 | content | 1378 × 2128 | 1939/92085 |
Blocks on this page 1
Company header
Algemeene Exploratie Maatschappij
Main
Page content 45
| 24085 | MIJNBOUW-MAATSCHAPPIJEN. |
| 24086 | (Nederland en Koloniën). |
| 24087 | N.V. ALGEMEENE EXPLORATIE MAATSCHAPPIJ, gevestigd te 's-Graven- |
| 24088 | hage en kantoorhoudende te Amsterdam. Opgericht: 17 October 1905. |
| 24089 | Doel: het verkrijgen in eigendoms- of gebruiksrecht van grondbezittingen, zoo- |
| 24090 | wel in Europa als in andere werelddeelen, ten einde die te exploiteeren uit mijn- |
| 24091 | bouwkundig oogpunt of, zoo gewenscht tot exploitatie daarvan over te gaan. |
| 24092 | De venn. is bevoegd tot alle handelingen die in verband met het vorenomschreven |
| 24093 | doel voor haar nuttig of noodig zijn. |
| 24094 | Aanvankelijk verkreeg de mpij. 15 vergunningen voor mijnbouw- en 1 voor |
| 24095 | petroleum-exploratie op Sumatra en 26 vergunningen en 5 concessies voor mijn- |
| 24096 | bouw op Borneo. Na inbreng van hare Tapanoeliconcessies (zie jrg. 1937 deel I), |
| 24097 | in de hierna genoemde Marsman Algemeene Exploratie Mij., beschikt de mpij. |
| 24098 | over: 1e. 3 olieconcessies „Kloeang“, „Limau” en „Kajoe Aro”, groot resp. |
| 24099 | 2349, 3670 en 3872 H.A. loopende tot resp. 1993, 1991 en 1997. „Kloeang“ en |
| 24100 | „Limau” staan ten name der Bataafsche Petr. Mij. die ze onder royaltycontract |
| 24101 | exploiteert. Voor „Kajoe Aro" moet f 968,- vast recht per jaar worden |
| 24102 | betaald. Deze drie concessies liggen alle op Sumatra in de Res. Palembang en |
| 24103 | 2e. de navermelde Madoeraterreinen. |
| 24104 | De „Bataafsche“ betaalt voor „Kloeang“ te beginnen 1921 een royalty van |
| 24105 | f 2,50 per ton van de eerste 50.000 ton, en voor elke 1000 ton meer 1} cent per |
| 24106 | ton meer over de geheele productie berekend, tot een maximum van f 4 .- per |
| 24107 | ton (dit wordt bereikt bij een prod. van het geheele terrein van 150.000 ton per |
| 24108 | jaar). De Bataafsche betaalt in ieder geval een minimum van f 50.000 per jaar. |
| 24109 | Zooals bij dading is vastgelegd (zie kleine letter „Arbitrageproces") wordt Noord- |
| 24110 | Kloeang (sedert 1935 inclusief het aangrenzende Toengkal-Dawas-terrein) |
| 24111 | voortaan als een afzonderlijk royalty-terrein beschouwd met een royalty, oploo- |
| 24112 | pend naar gelang der productie op dezelfde wijze als bij Kloeang, doch varieerend |
| 24113 | tusschen f 1,25 en f 2,- per K.G .- ton en met een minimum van f 25.000 per jaar. |
| 24114 | Het concessiecontract werd voor „Limau" in 1924 (opnieuw) afgesloten op onge- |
| 24115 | veer gelijke voorwaarden als voor „Kloeang“, met dien verstande dat het |
| 24116 | minimum zal bedragen in 1928 f 30.000; 1929 f 40.000 en verder f 50.000 per jaar. |
| 24117 | De A. E. M. zal tevens ontvangen f 0,70 per 1000 M3. gas met 10 millioen calo- |
| 24118 | rieën verbrandingswaarde. |
| 24119 | „Kajoe Aro” was onder royaltycontract met de Nederlandsche Koloniale |
| 24120 | Petroleum Mpij. Dit contract werd echter in 1924 door de A. E. M. opgezegd. |
| 24121 | In 1928 werd besloten voor eigen rekening op deze concessie te boren of te doen |
| 24122 | boren. Voor de exploratie van dit terrein vond na te melden emissie van |
| 24123 | Januari 1929 plaats. Onderzoekingen vonden plaats. Eenige tonnen olie zijn op |
| 24124 | 600 M. aangeboord. Volgens verslag 1936 (d.d. April 1937) hadden de daar- |
| 24125 | omtrent loopende onderhandelingen nog geen vasten vorm aangenomen; in ver- |
| 24126 | slag 1937 wordt er over gezwegen. |
| 24127 | De maatschappij heeft verder de beschikking over 2 terreinen, groot plm. |
| 24128 | 12.362 H.A. op Madoera, waarvan een zg. 5a boorcontract met de N. I. Regeering, |
| 24129 | dat 30 jaar loopt, alsmede de aanwezige materialen, bij besluit van 17 Februari |