|
24967 |
MIJNBOUW-MAATSCHAPPIJEN 847 |
|
24968 |
tot de helft van het geplaatst kapitaal is geoorloofd. Het geplaatst bedrag steeg |
|
24969 |
in 1908 van f 1.500.000 door afgifte van f 750.000 aandeelen tegen 60.000 oprich- |
|
24970 |
tersbewijzen tot f 2.250.000 en werd in hetzelfde jaar door uitgifte van f 250.000 |
|
24971 |
aandeelen à pari op f 2.500.000 gebracht. Vervolgens werden uitgegeven in 1914 |
|
24972 |
f 2.500.000 à 150 pct., in 1917 f 5.000.000 en in 1923 nog eens f 5.000.000 tot niet |
|
24973 |
gepubliceerde koersen. De meerderheid van de aandeelen is in het bezit van de |
|
24974 |
22 Jan. 1924 opgerichte N.V. Import- en Export Maatschappij „Oranje-Nassau" |
|
24975 |
te 's-Gravenhage; deze mpij. is belast met den verkoop van de producten, der |
|
24976 |
Oranje-Nassau Mijnen. |
|
24977 |
Dividenden 1894-1899: nihil; 1900: 16.9 pct. (over de toenmaals gestorte 60 |
|
24978 |
pct.) en f 16,33 per oprichtersbewijs: 1901-1920: 6, 6, 6, 0, 3, 5, 8, 6, 0, |
|
24979 |
0, 0, 8, 8, 8, 8, 20, 20, 20, 12 en 12 pct .; 1921-1924: 0, 12, 8, en 4 pct .; |
|
24980 |
1925-1928: nihil; 1929 en 1930: 12 en 12 pct .; 1931-1935: nihil; 1936-1938: |
|
24981 |
5, 12 en 8 pct. |
|
24982 |
4 pct. Eerste Hypothecaire Obligatiën, eener leening groot |
|
24983 |
f 20.000.000 in coupures van f 1000, met coupons per 1 Jan. en 1 Juli. |
|
24984 |
Aflossing in 30 annuiteiten door inkoop beneden pari of uitlo- |
|
24985 |
ting à pari in 1943 t/m 1972 van resp. 357, 370, 386, 401, 417, 434, 452, |
|
24986 |
469, 488, 507, 528, 549, 571, 594, 617, 643, 668, 694, 723, 751, 781, 813, 845, 879, |
|
24987 |
914, 951, 988, 1029, 1069 en 1112 obligatiën. Lotingen in de le helft van |
|
24988 |
November, voor het eerst in Nov. 1942 ter uitbetaling op 1 Jan.d. a.v. Ver- |
|
24989 |
vroegde geheele of gedeeltelijke aflossing van 1 Jan. 1943 af |
|
24990 |
te allen tijde toegestaan met 3 maanden opzegging. |
|
24991 |
Zekerheid: 1e hypotheek ter grootte van f 23.400.000 op alle onroerende activa |
|
24992 |
der mij., met name: 1e. op de concessie Oranje-Nassau; 2e. op de concessie Carl, |
|
24993 |
3e. op de mijnen, waarop deze concessies betrekking hebben en 4e. op de binnen |
|
24994 |
genoemde concessiën gelegen ontginningszetels, met alle daartoe behoorende |
|
24995 |
schachten, gebouwen, machinerieën enz., welke door bestemming tot onroerende |
|
24996 |
zaken zijn te rekenen, 1212 arbeiderswoningen, 190 beambtenwoningen en |
|
24997 |
landerijen, alles tezamen ter grootte van - 740 H.A. Tot meerdere |
|
24998 |
zekerheid heeft de Import- en Exportmpij. „Oranje-Nassau” (zie deze) |
|
24999 |
zich tot hoofdelijk medeschuldenaresse en borg dezer leening gesteld. |
|
25000 |
Nadat reeds f 10.000.000 obligatiën ondershands op inschrijvingsvoorwaarden |
|
25001 |
waren geplaatst stond op 12 Jan. 1937 de inschrijving op de resteerende f 10.000.000 |
|
25002 |
obligatiën à 95 pct. open bij de A.B. te A'dam, R'dam, 's-Hage en Heerlen en bij |
|
25003 |
M. & Co., A'dam met voorkeur voor houders der per 15 April 1937 vervroegd |
|
25004 |
à pari aflosbaar gestelde pro resto f 2.000.000 5 pct. le hyp. obligatiën 1916 en pro |
|
25005 |
resto f 2.800.000 5₺ pct. idem 1919 der in hoofde vermelde mpij. en van pro resto |
|
25006 |
f 15.004.500 6 pct. gewaarborgde obligatiën 1925 der Import- en Export Maat- |
|
25007 |
schappij „Oranje-Nassau”, welke obligatiën alle 15 April 1937 uit de noteering |
|
25008 |
vervielen. De volledige tekst omtrent deze leeningen vindt men het laatst in deel |
|
25009 |
I 1937. In het prospectus, hetwelk is opgenomen in deel II 1937, moet de volgende |
|
25010 |
zinsnede vervallen „Zij (de Import- en Export Mij „Oranje-Nassau“ Red.) heeft |
|
25011 |
zich voorts verbonden, gedurende den geheelen looptijd van de onderhavige lee- |
|
25012 |
ning aan derden geen zakelijke zekerheid te verleenen, zonder daarin den Trustee |
|
25013 |
ten behoeve van de gezamenlijke obligatiehouders in gelijken rang te doen dee- |
|
25014 |
len," De volledige tekst van de Trustovereenkomst komt eveneens in deel II |
|
25015 |
1937 voor. |
|
25016 |
Directeuren: Mr. A. Haex, L. Kremer en G. C. Lieshout. Commissarissen: Prof. |
|
25017 |
Dr. Ir. J. Kraus (voorz. en gedelegeerde), F. de Wendel, H. de Wendel, M. de |
|
25018 |
Wendel, G. de Wendel, R. Pastor, H. Graaf de Montaigu, R. Graaf de Courson, |