Scanned page
| Yearbook | Vol. | Seq | P.no | Type | Size | File |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1941 | vanoss_1941_domestic |
1558 | 1516 | content | 1402 × 2308 | 1941/99630 |
Blocks on this page 1
Profit and loss
Rotterdamsche Tramwegmaatschappij
Main
Page content 70
| 63128 | 1516 TRAMWEGMAATSCHAPPIJEN |
| 63129 | DEBET. WINST- EN VERLIESREKENING. CREDIT. |
| 63130 | 1939 1938 1939 1938 |
| 63131 | Gulden Gulden Gulden Gulden |
| 63132 | Obligatierente2) 112.315 112.315 Reizigers 641.300 518.535 |
| 63133 | Algem. dienst 151.336 142.755 Goederen enz. 495.251 461.970 |
| 63134 | Tractie, onderh. roll.mat. 457.172 402.928 Postvervoer 61.796 60.359 |
| 63135 | Weg en werken 115.899 125.520 Bijzondere ontvangsten 31.333 31.749 |
| 63136 | Dienst vervoer 217.434 213.643 Rijkssubsidie 75.000 75.000 |
| 63137 | Niet gesubs. ondern. 206.716 205.671 Interest 95 144 |
| 63138 | Autobusdiensten 151.554 121.028 Verlies boekjaar 112.2201) 176.1031) |
| 63139 | Storting vern. fnds. stoomtr. 4.569 |
| 63140 | 1.416.995 1.323.860 1.416.995 1.323.860 |
| 63141 | 1) Ten laste van de buitengewone reserve gebracht. 2) Deze rente wordt sedert 1 Juni 1934 niet be- |
| 63142 | taald, zie voor opgeloopen rente in het credit van de balans. |
| 63143 | 1936, 1937 en 1938. De verslagen over 1936 en 1937 werden 3 Febr. 1939 en het verslag over |
| 63144 | 1938 werd 6 Oct. 1939 in de A.V. goedgekeurd. |
| 63145 | Financieele moeilijkheden. Nadat de mij. in 1932 reeds had opgehouden af te lossen op |
| 63146 | hare obligatieleeningen, stelde zij in Febr. 1935 voor te worden ontheven: le. van rentebetaling van |
| 63147 | 1 Nov. 1934 tot uiterlijk 1 Mei 1937 en 2e van aflossing in de jaren 1932 t/m. 1936. Deze voorstellen |
| 63148 | konden, nadat o.m. de ontheffing van de verplichting tot rentebetaling was vervangen door opschor- |
| 63149 | ting, in de op 16 April 1935 gehouden vergadering van obl. geen goedkeuring vinden, omdat het bestuur |
| 63150 | der R. T. M. afwijzend stond tegenover de benoeming van een commissie uit obl.houders. In Mei 1935 |
| 63151 | diende de heer F. J. Bernhard te A'dam een faillissementsaanvrage in, welke hangende het hierna ver- |
| 63152 | meld onderzoek. werd opgeschort. Inmiddels werden, na overleg met de Rijkspostspaarbank en den heer |
| 63153 | Bernhard de volgende geamendeerde voorstellen op 5 Oct. 1935 door obligatiehouders aangenomen: |
| 63154 | le. uitstel van rentebetaling op alle obligatieleeningen der Mij. tot 1 Maart 1936 en 2e. ontheffing |
| 63155 | van de verplichting tot aflossing in de jaren 1932 t/m. 1935 onder voorwaarde, dat de achterstand in uit- |
| 63156 | loting en aflossing zal worden ingehaald, zoodra de bedrijfsuitkomsten dat zullen toelaten; dus mo- |
| 63157 | gelijk eerder dan in het laatste jaar van de looptijden der leeningen. Vóór 1 Mrt. 1936 zou, in verband |
| 63158 | met van den Minister van Waterstaat ontvangen mededeelingen, nader overleg met obligatiehouders |
| 63159 | worden gepleegd. |
| 63160 | Dit overleg heeft echter nooit plaats gehad. Volgens het verslag over 1938 maken de omstandig- |
| 63161 | heden, waaronder het bedrijf moet worden uitgeoefend, het noodig met de obligatiehouders een regeling |
| 63162 | te treffen, die als grondslag kan strekken voor een noodzakelijke kapitaalsreorganisatie. Ter voorbereiding |
| 63163 | van een zoodanige regeling werd overleg gepleegd met de Ver. v. d. Effectenhandel A'dam, die op 21 |
| 63164 | Dec. 1938 een vergadering van obl.houders bijeenriep, waarin een beschermingscomité werd benoemd, |
| 63165 | bestaande uit de Heeren B. van Marken, K. Lansberg, Mr. B. J. K. Kolff, W. J. H. Marcelis, Dr. E. |
| 63166 | H. Th. Kwast, Ir. D. de Jong en B. Sleeboom. In 1939 werd Mr. A. F. Hall tot voorzitter gekozen. |
| 63167 | Dit comité is aanstonds begonnen een onderzoek in te stellen naar den financieelen toestand der mij. |
| 63168 | Aan het Comité werden meerdere gegevens, de mij. betreffende, verstrekt en door een sub-commissie |
| 63169 | werden verschillende deelen van het bedrijf bezichtigd. |
| 63170 | Met het Comité werd van gedachten gewisseld over een met obl.houders te treffen regeling. Voorstel- |
| 63171 | len daartoe waren echter bij het ter perse gaan van dit vel nog niet bekend gemaakt. |
| 63172 | Door den Minister van Waterstaat werd in 1939 een commissie ingesteld voor het vervoersvraagstuk op |
| 63173 | de Zuidhollandsche eilanden en op Schouwen en Duiveland en deze op te dragen te onderzoeken welke de ver- |
| 63174 | keersbehoeften zijn van de streek, die thans door de R.T.M. wordt bediend en hoe die behoeften op de meest |
| 63175 | economische wijze zouden kunnen worden bevredigd. Mede werd verzocht de mogelijkheid te onderzoeken |
| 63176 | om tot reorganisatie van het bestaande vervoerapparaat te komen en zoo ja op welke wijze dit zou kunnen |
| 63177 | géschieden. In bedoelde commissie werden benoemd tot voorzitter de Heer A. W. E. Weijerman en tot |
| 63178 | leden, de Heeren Mr. H. J. Knottenbelt, Ir. A. J. Kuiper, Mr. H. C. Hintzen, W. H. de Monchy, W. K. B. |
| 63179 | Verster, P. de Bruyn, C. H. Conrad en J. M. van Bommel van Vloten. De Heeren Mr. H. C. Hintzen, W. H. |
| 63180 | de Monchy en W. K. B. Verster hebben, in verband met de omstandigheid, dat zij het voor een evt. reor- |
| 63181 | ganisatie van de R. T. M. benodigde kapitaal, waaromtrent eenige toezegging hunnerzijds was gedaan, op |
| 63182 | dat tijdstip bezwaar hadden te verschaffen, hun mandaat ter beschikking gesteld en hun werd eervol ontslag |
| 63183 | door den Min. van Waterstaat verleend. |
| 63184 | Uit Verslag 1939 (dd. Nov. 1940). Hoewel het niet de gewoonte is in jaarverslagen vooruit te |
| 63185 | loopen op volgende jaren, moet nu hierop een uitzondering worden gemaakt, en te dezer plaatse reeds thans |
| 63186 | ernstig gewaarschuwd worden tegen optimistische verwachtingen ten aanzien van de positie die de tram- |
| 63187 | wegen thans in het vervoerbestel innemen. |
| 63188 | Weliswaar zijn in verband met het bestaande gebrek aan benzine en het tekort aan scheepsruimte, zoo- |
| 63189 | wel reizigers- als goederenverkeer in verschillende streken weder geheel of bijna geheel op de tramwegen aan- |
| 63190 | gewezen en wordt autotractie in verschillende gevallen weder omgezet in stoomtractie, niet vergeten mag |
| 63191 | worden, dat de mij. belangrijke verliezen lijdt door dit stopzetten van autobuslijnen en het weder bedrijf- |
| 63192 | vaardig maken der tramwegen zooals deze voor ± 15 jaar waren, belangrijke uitgaven vordert; ook moet |
| 63193 | bedacht dat deze voor de tramwegen gunstige toestand van tijdelijken aard kan zijn. |
| 63194 | Tevens wordt in herinnering gebracht, de waarschuwing vroeger geuit om niet het geheele vervoerbe- |
| 63195 | stel afhankelijk te maken van den, naar thans is gebleken, zoo weinig verzekerden aanvoer van buiten- |
| 63196 | landsche brandstof, doch voor verkeersvoorziening ook gebruik te maken van de brandstof die in het eigen |
| 63197 | land wordt gewonnen. |