|
15010 |
SCHEEPVAART-MAATSCHAPPIJEN (Nederland en Koloniën). 827 |
|
15011 |
hadden in 1860 alle plaatsing gevonden. In verband met de samensmelting |
|
15012 |
met de Rotterdamsche Stoomvaart-vereeniging de Maas werd, nadat de van |
|
15013 |
die maatschappij overgenomen stoomschepen met f 500.000 aandeelen 2e serie |
|
15014 |
waren betaald, in Januari 1860 à pari de inschrijving opengesteld op de |
|
15015 |
resteerende f 500.000 aandeelen der 2e serie. Deze emissie had geen succes, |
|
15016 |
en einde 1871 waren er nog f 292.000 aandeelen ongeplaatst. Voor het in- |
|
15017 |
richten van een geregelde vaart tusschen Nederland en de Vereenigde Sta- |
|
15018 |
ten (welke later werd opgegeven) stelde de directie op 15 Mei 1873 (toen de |
|
15019 |
1ste en 2e serie ad f 2.000.000 was geplaatst) o.a. bij de Associatie-Cassa te |
|
15020 |
Amsterdam à 100 pct. de inschrijving open op f 3.000.000 aandeelen en à |
|
15021 |
95 pct. op f 2.000.000 5 pcts. obligatiën. De aangeboden bedragen werden |
|
15022 |
niet geheel genomen. In het jaar 1878 toen het geplaatste aandeelen- en |
|
15023 |
obligatiënkapitaal resp. f 3.376.500 en f 3.432.400 bedroeg, leed de maat- |
|
15024 |
schappij een verlies van f 507.805, tengevolge van de ongunstige resultaten |
|
15025 |
der vaart op de Levant- en Zwarte Zeehavens, veroorzaakt door den in dat |
|
15026 |
jaar uitgebroken Russisch-Turkschen oorlog. De op 5 Augustus 1879 gehou- |
|
15027 |
den vergadering van aandeelhouders beloot dan ook op elk aandeel 50 pct. |
|
15028 |
af te schrijven, zoodat het aandeelenkapitaal sedert f 1.688.250 bedroeg. |
|
15029 |
Daarop werd in Mei 1899 dit kapitaal door uitgifte van f 311.750 à 150 pct. |
|
15030 |
gebracht op f 2.000.000, in Juni 1902, 1903 en September 1905 door emissie |
|
15031 |
van telkens f 500.000 resp. à 138, 1323 en 129 pct. tot f 3.500.000 en in Maart |
|
15032 |
1906 door uitgifte van f 1.500.000 aandeelen à 124 pct. tot zijn huidige grootte |
|
15033 |
van f 5.000.000 (statutair maximum). Voor bijzonderheden omtrent beide |
|
15034 |
laatste emissiën, zie hieronder. Tot de uitgifte in 1906 van f 1.500.000 werd |
|
15035 |
overgegaan, teneinde het in aanbouw zijnd materieel (vijf stoomschepen, |
|
15036 |
metende te zamen 13.000 ton, twee stoombooten voor de Nieuwe Rijnvaart- |
|
15037 |
Maatschappij en een stoomlichter voor den dienst te Rotterdam, een en an- |
|
15038 |
der noodzakelijk geworden door de stijging van het vervoer en de opening |
|
15039 |
van een nieuwen dienst op Egypte en Syrië) te bekostigen, en voorts in |
|
15040 |
verband met de deelneming in het kapitaal der Nationale Stoomboot-Maat- |
|
15041 |
schappij. Aandeelen groot f 500 en f 250, op naam of aan toonder. |
|
15042 |
De inschrijving op deze f 500.000 aandeelen, genietende in een vierde van |
|
15043 |
de winst van 1905, was den 22sten September 1905 opengesteld, tot den |
|
15044 |
koers van 129 pct. Aandeelhouders hadden recht van voorkeur, met dien ver- |
|
15045 |
stande dat 6 aandeelen recht van voorkeur op één nieuw aandeel gaven. |
|
15046 |
Het desbetreffende prospectus is aan het einde van den vorigen jaargang |
|
15047 |
afgedrukt. Op 20 Maart 1906 vond de inschrijving plaats op f 1.500.000 aan- |
|
15048 |
deelen bij de Associatie-Cassa tot den koers van 124 pct., mededeelende in |
|
15049 |
de volle winsten van 1906. Zeven aandeelen gaven recht van voorkeur bij |
|
15050 |
de inschrijving op één nieuw aandeel. Storting 5 April 1906. Voor het bij |
|
15051 |
deze uitgifte gepubliceerde prospectus zie men aan het einde van dezen |
|
15052 |
jaargang. Winstverdeeling: Nadat van de winst minstens 5 pct. op |
|
15053 |
de waarde van het vlottend materieel is afgeschreven en eene uitkeering van |
|
15054 |
5 pct. over het maatschappelijk kapitaal is geschied, wordt het restant ver- |
|
15055 |
deeld als volgt: 25 pct. aan directeuren en commissarissen te zamen, en |
|
15056 |
75 pct. aan de aandeelhouders. Dividenden 1857-70: 34, 33, 4, 33, 7, |
|
15057 |
41, 5, 10, 8, 8, 5, 5, 8, 8; 1871-90: 113, 7, 10, 5, 0, 0, 0, 0, 2, 5, 9, 2, 5, 0, |
|
15058 |
0, 2, 5, 10, 12, 9; 1891-1905: 6, 8, 8, 8, 8, 9, 10, 10, 11, 10, 8}, 83, 7 en |
|
15059 |
8 pct. (No. 43). Betaalbaar einde Mei. Commissarissen: G. A. |
|
15060 |
Croockewit, J. Hudig, M. Hymans van Wadenoyen, J. J. M. Blankenheym, |