|
26196 |
SPOORWEGFONDSEN. 1071 |
|
26197 |
Mij. tot Expl. van Staatsspoorwegen. 3} pcts. obli- |
|
26198 |
gatiën van 1905 en van 1906. De leening van 1905 wordt ge- |
|
26199 |
vormd door de 9e-15e serie, elk groot f 1.000.000 der geldleening van |
|
26200 |
1902/3 groot f 15.000.000 (waarvan de seriën 1-8 uit 4 pcts. obligatiën be- |
|
26201 |
staan), en waarop den 21 Februari 1905 de inschrijving was opengesteld. |
|
26202 |
De leening van 1906 wordt gevormd door de seriën 1-6 der geldleening |
|
26203 |
groot f 15.000.000 (waarvan de seriën 7-15 in 1907 als 4 pets. obligatiën |
|
26204 |
werden uitgegeven) tot welker uitgifte de in Juni 1905 gehouden vergade- |
|
26205 |
ring van aandeelhouders besloot, en waarop de inschrijving op 1 Maart |
|
26206 |
1906 à 973 pct. was opengesteld. Obligatiën groot f 1000, met |
|
26207 |
coupons per 1 Januari en 1 Juli. Aflossing door uitloting in |
|
26208 |
October, ter betaling op 1 Januari d.a.v., t.w. voor de leening 1905 voor |
|
26209 |
het eerst in October 1905 met f 35.000, en voor de leening 1906 voor het |
|
26210 |
eerst in October 1906 met f 30.000, en verder elk volgend jaar zoodanige |
|
26211 |
som als de ten vorigen jare aflosbaar gestelde, vermeerderd met de vrij- |
|
26212 |
gevallen rente; zoodat de geheele leening in 60 jaren zal zijn afgelost. De |
|
26213 |
maatschappij kan tot vervroegde geheele of gedeeltelijke aflossing beslui- |
|
26214 |
ten. Bij naasting door den Staat van de eigendommen der maatschappij |
|
26215 |
of indien de maatschappij van hare rechten betreffende de exploitatie der |
|
26216 |
Staatsspoorwegen wordt vervallen verklaard, is de Staat bevoegd zich in |
|
26217 |
de plaats der maatschappij te stellen. Op 1 Januari 1908 was van de lee- |
|
26218 |
ning 1905 f 6.890.000 en van de leening 1906 f 5.938.000 uitstaande. |
|
26219 |
Koersen 1905: H.K. 99}, L.K. 98}. |
|
26220 |
Mij. tot Expl. van Staatsspoorwegen, 3 pct. Obliga- |
|
26221 |
tiën van 1892-95, groot f 11.000.000 en f 3.000.000 verdeeld in seriën, |
|
26222 |
elk van f 1.000.000. De eerste leening werd gecreëerd krachtens besluit |
|
26223 |
der vergadering van aandeelhouders van 30 November 1892. De leening |
|
26224 |
van 1892 was geautoriseerd voor f 15.000.000 waarvan f 4.000.000 (4 seriën) |
|
26225 |
als 33 pct. obligatiën uitgegeven 14 Januari 1893 en de rest in 3 pct. obli- |
|
26226 |
gatiën. De uitgifte der eerste twee (5de en 6de) seriën had plaats bij in- |
|
26227 |
schrijving, opengesteld den 12 April 1894, tot den koers van 953 pct. |
|
26228 |
Bij inschrijving, opengesteld den 9 Januari 1895 tot den koers van 974 pct., |
|
26229 |
werden de 7de en 8ste seriën dezer leening uitgegeven. Verder werd ter |
|
26230 |
betaling van den koopprijs van den Nederlandschen Zuid-Ooster Spoorweg- |
|
26231 |
Maatschappij in Februari 1895 overgegaan tot de uitgifte van een bedrag |
|
26232 |
van f 6.840.000, verdeeld in 6 seriën, elk groot f 1.000.000 en eene serie van |
|
26233 |
f 840.000, uitmakende de 9de tot de 15de seriën der leening. Voor zoover |
|
26234 |
de obligatiën niet door de aandeelhouders en de oprichters à pari waren ge- |
|
26235 |
nomen, werden zij aan de Ned. Zuid-Ooster Spoorweg-Maatschappij uitge- |
|
26236 |
reikt ter betaling van genoemden koopprijs. Deze laatste Maatschappij |
|
26237 |
stelde van 21 Februari tot 15 Maart 1895 de houders harer obligatiën in de |
|
26238 |
gelegenheid, deze te doen verwisselen tegen de 3 pcts. obligatiën der S. S. |
|
26239 |
Mpij., met rentegenot van af 1 Januari 1895. Voor deze omwisseling, zie |
|
26240 |
men ook nog den jaargang 1907, blz. 1026. In 1895 werd een verdere 3 pcts. |
|
26241 |
leening groot f 3.000.000 uitgegeven. Het totaal bedrag dat van al deze |
|
26242 |
3 pct. leeningen op 1 Januari 1908 uitstond was f 11.878.000, waarvan |
|
26243 |
f 1.791.000 der leening van Maart 1894 (5e en 6e serie der leening van |
|
26244 |
1892), f 1.809.000 der leening van December 1894 (7e en 8e serie der leening |
|
26245 |
van 1892), f 5.994.000 der leening van Februari 1895, en f 2.238.000 3 pcts. |
|
26246 |
obligatiën van 1895. De obligatiën dezer beide leeningen van 1892 en |