|
14134 |
794 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN (Nederland en Koloniën). |
|
14135 |
talen worden door de „,Shell" gehouden. De inbreng geschiedde, hetzij |
|
14136 |
door feitelijke overdracht, hetzij voor sommige bezittingen wier aard een |
|
14137 |
feitelijke overdracht bezwaarlijk maakte, door deze aan de Bataafsche en |
|
14138 |
de Anglo-Saxon in trust te doen houden, terwijl waar noodig de „Konink- |
|
14139 |
lijke" zelf als exploitante blijft optreden. Alles wat op de productie be- |
|
14140 |
trekking had, daarin begrepen aandeelen in andere produceerende maat- |
|
14141 |
schappijen, kwam aan de Bataafsche Petroleum Maatschappij, terwijl |
|
14142 |
tankinstallatiën en schepen, en hetgeen verder tot vervoer en distributie |
|
14143 |
diende (voor zoover niet reeds in handen zijnde van de Asiatic Petroleum |
|
14144 |
Co.) aan de Anglo Saxon Petroleum Co. werd gecedeerd. Uitgezonderd van |
|
14145 |
den inbreng in de nieuwe Maatschappijen waren: eenerzijds de kasmid- |
|
14146 |
delen, inclusief alle van vóór 1 Januari 1907 nog provenieerende baten en |
|
14147 |
beleggingen buiten het bedrijf, waaronder voor de „Koninklijke" ook be- |
|
14148 |
hooren de door deze toen nog aan te koopen £ 500.000 nominaal gewone |
|
14149 |
aandeelen „Shell“, benevens de kantoorgebouwen der „Koninklijke" en |
|
14150 |
der „Shell“ te 's-Gravenhage en te Londen; anderzijds eenige schulden |
|
14151 |
der „Shell“ tot een bedrag van £ 285.000, omtrent welke laatste evenwel |
|
14152 |
bepaald werd, dat, indien bedoeld bedrag van £ 285.000 niet zal kunnen zijn |
|
14153 |
gedelgd door de helft van hetgeen de „Shell“ gedurende 10 jaren als divi- |
|
14154 |
dend uit de nieuwe Maatschappijen erlangt, boven £ 150.000 in ieder jaar, |
|
14155 |
het restant zal worden overgenomen door de Anglo-Saxon Petrol. Co. Ltd. |
|
14156 |
In verband met de omstandigheid dat in de besturen der nieuwe Maat- |
|
14157 |
schappijen de „Koninklijke“ feitelijk de meerderheid zal hebben, zijn tus- |
|
14158 |
schen de „Koninklijke“ en de „Shell" eenige regelingen ontworpen, ten |
|
14159 |
doel hebbende de belangen van de aandeelhouders der „Shell“ te waar- |
|
14160 |
borgen. Zoo is bepaald, dat gedurende de eerste tien jaren uit de dividen- |
|
14161 |
den, door de „Koninklijke“ en de „Shell” van de nieuwe maatschappijen |
|
14162 |
te ontvangen, jaarlijks eerst £ 50.000 zullen komen aan de „Shell“ ter be- |
|
14163 |
taling van 5 pct. aan hare preferente aandeelhouders; vervolgens £ 12.000 |
|
14164 |
aan de Koninklijke (overeenkomende ongeveer met 4 pct. van haar tegen- |
|
14165 |
woordig preferent aandeelenkapitaal), daarna £ 100.000 aan de „Shell“ ter |
|
14166 |
betaling van 5 pct. over haar gewoon aandeelenkapitaal en voorts £ 213.000 |
|
14167 |
aan de „Koninklijke" ter vereffening der verhouding van 60 pct. voor de |
|
14168 |
„Koninklijke” tegen 40 pct. voor de „Shell” over het in ieder jaar eerst- |
|
14169 |
verdiende bedrag van £ 375.000. Daarbij is nog bepaald, dat indien het |
|
14170 |
bedrag door de „Koninklijke" tengevolge der vorengenoemde regeling te ont- |
|
14171 |
vangen in eenig jaar minder mocht bedragen dan 1} maal het door de |
|
14172 |
„Shell“ ontvangen bedrag, het te kort uit de winst boven £ 375.000 in vol- |
|
14173 |
gende jaren eerst aan de „Koninklijke" zal worden aangezuiverd, alvorens |
|
14174 |
verdere verdeeling in verhouding van 60 tot 40 plaats heeft. Met het oog |
|
14175 |
op het feit, dat de inbreng der „Koninklijke“ hoofdzakelijk uit olieterreinen |
|
14176 |
bestond en die der „Shell“ hoofdzakelijk uit schepen, installaties en vaste |
|
14177 |
eigendommen, die bij liquidatie uit den aard der zaak een meer vaste |
|
14178 |
waarde hebben, werd voorts bepaald, dat bij gedwongen liquidatie of vrij- |
|
14179 |
willigen verkoop gedurende de eerste 25 jaren het netto provenu tot een be- |
|
14180 |
drag van £ 9.000.000 gelijkelijk tusschen de „Koninklijke“ en de „Shell”, en |
|
14181 |
alleen het eventueel excedent in de verhouding van 60 tot 40 tusschen |
|
14182 |
beide Maatschappijen, zal worden verdeeld. Tevens werd een bepaling |
|
14183 |
gemaakt, volgens welke ieder jaar uit de winsten der beide nieuwe maat- |
|
14184 |
schappijen gezamenlijk, ten behoeve van herstel, vernieuwing en uitbrei- |
|
14185 |
ding, ten minste een bedrag van £ 100.000 zal worden gereserveerd, totdat |