|
39864 |
SPOORWEGFONDSEN. 1149 |
|
39865 |
1. Te beginnen met het jaar 1917 worden zoowel de baten als de lasten van beide |
|
39866 |
partijen bijeengevoegd en daaruit het batig of nadeelig slot over elk kalenderjaar |
|
39867 |
vastgesteld. 2. Behoudens het bepaalde bij sub 4, wordt het gemeenschappelijk batig |
|
39868 |
of nadeelig slot, vorenbedoeld, tusschen de partijen gedeeld in verhouding tot haar |
|
39869 |
aandeelenkapitaal (het kapitaal der S. S. bedroeg per 31 December 1916 f 18 millioen, |
|
39870 |
dat der H. IJ. S. M. f 22.5 millioen, totaal f 40.5 millioen. Red.); alzoo |
|
39871 |
18 22.5 |
|
39872 |
voor S. S. en voor H. IJ. S. M. |
|
39873 |
40.5 40.5 |
|
39874 |
3. De bedragen, die uit het gemeenschappelijk batig slot over eenig jaar aan |
|
39875 |
de reserves van elk der partijen worden toegevoegd, zullen zich verhouden als de |
|
39876 |
beide aandeelenkapitalen. In dezelfde verhouding zal, indien het noodig is de ge- |
|
39877 |
reserveerde winsten aan te spreken, de reserve van elk der partijen in het benodigde |
|
39878 |
bijdragen. 4. De door S. S. en H. S. M. aan hare aandeelhouders uit te keeren |
|
39879 |
dividenden zullen per honderd gulden kapitaal gelijk zijn. Ingeval als dividend over |
|
39880 |
eenig jaar meer dan vier-en-een-halve gulden per honderd gulden wordt uitgekeerd, |
|
39881 |
zal, in afwijking van het bepaalde in sub 2, voordat tot de daar bedoelde deeling |
|
39882 |
van het gemeenschappelijk batig slot over het betrokken jaar wordt overgegaan, |
|
39883 |
de S. S. daaruit vooraf ontvangen een som, gelijk aan tweemaal het bedrag, aan |
|
39884 |
hare oprichters uit te keeren, ingevolge art. 19 harer (te wijzigen) statuten. 6. Deze |
|
39885 |
6e bepaling houdt voorzieningen in voor geval van naasting. Behalve de baten, welke |
|
39886 |
voortvloeien uit de van naasting uitgesloten zaken en rechten, zal voor de vast- |
|
39887 |
stelling van het gemeenschappelijk batig of nadeelig slot, als eenige bate van de |
|
39888 |
betrokken partij of partijen in rekening komen de rente ad 6 ten honderd over het |
|
39889 |
maatschappelijk kapitaal, welke door den Staat over dat tijdvak wordt bijbetaald. |
|
39890 |
7. Deze overeenkomst eindigt bij naasting of vervallenverklaring van een der par- |
|
39891 |
tijen ingevolge de overeenkomst met den Staat, op den dag der naasting of verval- |
|
39892 |
lenverklaring, tenzij alsdan de Staat zich in deze overeenkomst in de plaats stelt |
|
39893 |
van S. S. of H. S. M., naar gelang de naasting of vervallenverklaring S. S. of |
|
39894 |
H. S. M. betreft. Ten slotte zij nog medegedeeld dat een overeenkomst met de Nij- |
|
39895 |
meegsche Spoorweg Mpij. is aangegaan, waarvan de voornaamste bepaling is, dat |
|
39896 |
door de H. S. M. voortaan jaarlijks aan de Nijmeegsche Spoor zal worden uitgekeerd |
|
39897 |
een som van / 65.000 als huur. De koopsom, eventueel door de H. S. M. aan de |
|
39898 |
Nijmeegsche Spoor te betalen, wordt bepaald op f 1.143.618, terwijl de H. S. M. boven- |
|
39899 |
dien te haren laste neemt de bedragen, waarvoor zij de Nijmeegsche Spoor, ingevolge |
|
39900 |
een bijzondere bepaling, heeft gedebiteerd. |
|
39901 |
Ontvangsten S. S., H. IJ. S. M. en N. C. S. (In verband met de overeenkomst |
|
39902 |
H. IJ. S. M .- S. S. is met de N. C. S. in Dec. 1916 een regeling getroffen, volgens |
|
39903 |
welke de bedrijfsontvangsten der N. C. S. voortaan ten goede, de bedrijfsuitgaven |
|
39904 |
ten laste van de S. S. komen; zie N. C. S.). De ontvangsten der drie boven- |
|
39905 |
genoemde spoorwegmaatschappijen waren over het tijdvak 1 Jan .- 30 Juni 1917: |
|
39906 |
Reizigers, bagage en honden ..................... f 25.200.857 |
|
39907 |
Goederen, levende dieren, rijtuigen enz. „, 20.825.222 |
|
39908 |
Buitengewone ontvangsten en telegraaf „, 1.235.852 |
|
39909 |
Totaal . f 47.261.931 |
|
39910 |
zijnde f 3.756.282 meer dan de definitief vastgestelde cijfers over dezelfde maanden |
|
39911 |
van 1916. De exploitatiekosten waren (bij benadering) f 6.988.000 hooger. |
|
39912 |
Mobilisatie. Op 30 Juli 1914 werd het gebruik van alle door de Maatschappij |
|
39913 |
op Nederlandsch grondgebied geëxploiteerde spoorwegen en van al het materieel |
|
39914 |
voor 's Rijks dienst in het belang van 's lands verdediging gevorderd, krachtens |
|
39915 |
art. 50 der spoorwegwet. Op 12 April werd in verband hiermede een overeenkomst |
|
39916 |
goedgekeurd, volgens welke de Staat over 1914 geen vergoeding behoefde te beta- |
|
39917 |
len voor het regeeringsvervoer, het vervoer van Belgische vluchtelingen, of voor |
|
39918 |
schade ontstaan door een groot gedeelte van het rollend materieel ter beschikking |
|
39919 |
van het legerbestuur te houden. Daarentegen verplichtte de Staat zich om over 1914 |
|
39920 |
en 1915 aan de Maatschappij zoodanig bedrag uit te keeren, als noodig mocht |
|
39921 |
blijken om tot een winstsaldo van 4 pct. over het maatschappelijk kapitaal te ko- |
|
39922 |
men. Echter mag van dit bedrag niet meer dan 3 pct. dividend worden uitgekeerd. |
|
39923 |
terwijl het restant ad 1 pct. aan het reservefonds ten goede komt. Krachtens deze |
|
39924 |
overeenkomst fourneerde de Staat over 1914 f 1.715.330.26} bij betaling als hier bedoeld. |
|
39925 |
Aangezien de ontvangsten in 1915 een uitkeering van 5 pct. toelieten, werd van de |
|
39926 |
regeeringsgarantie geen gebruik gemaakt. De overeenkomst werd ook voor 1916 be- |
|
39927 |
stendigd. |