|
152 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 493 |
|
153 |
hieronder. De overwinst wordt als volgt verdeeld: 80 pct. tot |
|
154 |
vorming van een reservefonds en (of) verdeeling onder de houders van alle |
|
155 |
aandeelen; 10 pct. commissarissen, 5 pct. directeuren, 5 pct. gedelegeerde |
|
156 |
directeuren in Indië. Tot volledige betaling van uitgevoerde wer- |
|
157 |
ken en tot uitbreiding daarvan gaf de mpij. in Januari 1914 eene |
|
158 |
6 pct. obligatieleening uit, groot f 1.000.000. Op 27 Jan. 1914 stond bij Wieg- |
|
159 |
man's Bank te Amsterdam de inschrijving open op f 750.000 dezer 6 pct. |
|
160 |
obligatiën 1914, groot f 1000 -(splitsbaar in stukken van f 500, |
|
161 |
gemerkt A en B) met coupons per 1 April en 1 October. |
|
162 |
De resterende f 250.000 dezer obligatiën zijn vanaf 15 October 1917 |
|
163 |
o.a. door de heeren Patijn Van Notten & Co. en in Ned .- Indië |
|
164 |
door de Unie Bank voor Ned. en Kol. verkrijgbaar gesteld tot den koers |
|
165 |
van 103 pct. Per resto staat uit f 929.000. Aflossing in 32 |
|
166 |
jaren op de volgende basis: in 1916: 13 obligatiën à f 1000, in 1917-1947 |
|
167 |
respectievelijk 13, 14, 15, 16, 17, 19, 19, 20, 20, 21, 23, 24, 25, 27, 28, 28, |
|
168 |
30, 32, 34, 36, 37, 39, 41, 43, 45, 47, 49, 52, 55, 59 en 59 obligatiën. Na 1923 recht |
|
169 |
tot versterkte of geheele aflossing. 6 pct- obligatieleening 1919, |
|
170 |
groot f 1.000.000, waarvan voorshands f 500.000 worden uitgegeven, in |
|
171 |
stukken groot f 1000 (splitsbaar in stukken van f 500, gemerkt A en B) |
|
172 |
met coupons per 1 April en 1 October; pro resto groot f 983.000. |
|
173 |
(f 200.000 waren reeds onderhands geplaatst) terwijl voor f 150.000 |
|
174 |
in Indië een inschrijving openstond en op 25 Februari 1919 in |
|
175 |
Holland voor f 150.000 bij de Heeren Patijn van Notten & Co. |
|
176 |
te Amsterdam en A. Milders & Co. te Rotterdam. Alle deze obliga- |
|
177 |
ties werden geplaatst ad 101 pct. De begin Sept. 1920 nog in portefeuille |
|
178 |
zijnde f 492.000 obligatiën werden op 23 September 1920 geëmitteerd à 95 pct. |
|
179 |
door de Nederl. Ind. Handelsbank. Zie het prospectus aan het einde van |
|
180 |
dit deel. Aflossing à pari in 28 jaren op de volgende basis: in |
|
181 |
1920 tot en met 1947 respectievelijk 17, 19, 21, 21, 22, 22, 23, 25, |
|
182 |
26, 27, 29, 30, 30, 32, 34, 36, 38, 39, 41, 43, 45, 47, 49, 51, 54, 57, 61_en |
|
183 |
61 obligaties à f 1000. Deze obligaties werden door de Vereeniging voor |
|
184 |
den Effectenhandel dooreen leverbaar verklaard met de reeds bestaande |
|
185 |
6 pct. obligaties der leening 1914. Voor het prospectus zie men aan het |
|
186 |
einde van deel II, jaarg. 1918/19. 5 pct. obligatieleening 1909, |
|
187 |
groot f 750.000, in stukken groot f1000 en f 500 met coupons per |
|
188 |
1 April en 1 Oct .; pro resto groot f 695.000. Tot 31 Dec. 1914 konden deze |
|
189 |
obligatiën, na bijbetaling van 25 pct., tegen aandeelen worden omgewisseld. |
|
190 |
Hiervan werd door de houders geen gebruik gemaakt. Aflossing |
|
191 |
door jaarlijksche uitloting à pari in 32 jaren, te beginnen in |
|
192 |
1916 op de volgende basis : in 1916 tot en met 1947 respectievelijk 10, 10, 11, |
|
193 |
12, 12, 12, 14, 14, 15, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 21, 23, 24, 25, |
|
194 |
27, 28, 29, 31, 32, 34, 35, 37, 39, 41, 44 en 44 obligaties à f 1000. |
|
195 |
Recht tot vervroegde, geheele aflossing à 105 pct. tusschen 1 Januari |
|
196 |
1915 en 31 December 1919 en daarna à pari. Op 25 Mei 1909 was |
|
197 |
op deze obligatiën de inschrijving opengesteld tot den koers van 100 pct. |
|
198 |
bij dezelfde firma's als boven vermeld voor de aandeelen-emissie. Divi- |
|
199 |
dend preferente aandeelen 1914-1919: 6, 7, 8, 7, 7 en 7 pct. |
|
200 |
(no. 8, 3 September 1920); gewone aandeelen voor het eerst over |
|
201 |
1915: 7 pct. en in 1916-1919: 7, 7, 7 en 7 pct. (no. 8, 3 September 1920), |
|
202 |
benevens in 1916 23, 1917 3, 1918 4 en 1919 11 pct. uitkeering op na te noemen |