|
203 |
494 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. |
|
204 |
bewijzen van achterstallig dividend). Op de aandeelen der emissie 1919 |
|
205 |
werd half dividend betaald (3} pct.). Voor de afbetaling van het op deze |
|
206 |
aandeelen achterstallige dividend zie men hieronder. |
|
207 |
Aanzuivering van het achterstallig dividend op de gewone en prefe- |
|
208 |
rente aandeelen. Vóór de. uitgifte der preferente aandeelen waren. in de oude |
|
209 |
statuten voorzieningen getroffen ten aanzien van de betaling uit de winst van |
|
210 |
hetgeen in eenig jaar minder dan 7 pct. op de gewone aandeelen no.'s 1-1750 mocht |
|
211 |
zijn uitgekeerd. Met betrekking tot de boekjaren 1909, 1910 en de eerste helft van |
|
212 |
1911 werden de genoemde 7 pct. intusschen teruggebracht op 4 pct. Aangezien in |
|
213 |
1915 voor het eerst dividend op de gewone aandeelen werd uitgekeerd (7 pct.) en als |
|
214 |
uitgangsdatum voor de vaststelling van het achterstallig dividend de 15e Juni 1909 |
|
215 |
gold (datum van volstorting der aandeelen) laat zich het achterstallig dividend op |
|
216 |
de gewone aandeelen als volgt opstellen : |
|
217 |
Achterstand 1909 (15 Juni-31 December à 4 pct. 's jaars) 23 pct |
|
218 |
1910 4 |
|
219 |
1911 (1e halfjaar) 2 |
|
220 |
,, |
|
221 |
", 1911 (2e halfjaar) 33 " |
|
222 |
1912 7 |
|
223 |
", |
|
224 |
1913. 7 |
|
225 |
,, ", |
|
226 |
1914 7 |
|
227 |
", |
|
228 |
Totaal 323 pct. |
|
229 |
Op rekening van dit achterstallig dividend is betaald: in 1916 23 pct. (no. 2 der |
|
230 |
aandeelen), in 1917 3 pct., 1918 4 pct., 1919 11 pct. (no. 3 der hieronder genoemde |
|
231 |
bewijzen voor uitgesteld dividend), gevende voor deze 4 jaren een totale uitkeering |
|
232 |
van 93, 10, 11 en 18 pct. over de f 1.750.000 oude gew. aand. (no.'s 1-1750). Thans |
|
233 |
is nog 12 pct. achterstallig, hetwelk blijkens het jongste |
|
234 |
prospectus, vermoedelijk uit de winst over 1920 zal worden |
|
235 |
afgelost. Zooals in de groote letter is medegedeeld zijn tegen de uit- |
|
236 |
staande winstbewijzen in 1917 500 gewone aandeelen afgegeven en ten einde |
|
237 |
deze met de reeds genoteerde 1750 oude aandeelen leverbaar te doen ver- |
|
238 |
klaren, besloot men om voor het op de oude aandeelen per ulto 1916 |
|
239 |
achterstallige dividend ad 30 pct. aparte bewijzen aan toonder af te |
|
240 |
geven, voorzien van dividendbewijzen elk dragende hetzelfde nummer van het bewijs |
|
241 |
voor achterstallig dividend, waartoe zij behooren. Zij zijn vanaf 18 Januari 1918 |
|
242 |
tegen bewijs no. 3 der aandeelen 1-1750 bij de Unie Bank voor Nederland en Koloniën |
|
243 |
verkrijgbaar gesteld. Voor de rechten dier bewijzen bij winstverdeeling zie men |
|
244 |
de groote letter. In geval van liquidatie zijn voor deze bewijzen geen voorzieningen |
|
245 |
getroffen. Nog zij vermeld, dat zij niet officieel kunnen worden verhandeld. In de |
|
246 |
nieuwe statuten is bepaald, dat na uitkeering van een cumulatief dividend van |
|
247 |
6 pct. op de pref. aand., de gewone aand. in aanmerking komen eveneens voor |
|
248 |
6 pct., terwijl daarna zal worden aangevuld hetgeen over één of meer der boekjaren |
|
249 |
1917 e. v. minder dan 6 pct. mocht zijn uitgekeerd. Evenals voor de gewone aan- |
|
250 |
deelen gold ook voor de preferente aanvankelijk de bepaling, dat zij, alvorens tot |
|
251 |
verdeeling der overwinst zou worden overgegaan, gerechtigd waren tot aanvulling van |
|
252 |
hetgeen zij in vorige jaren minder dan 7 pct. hadden genoten. De pref. aand. |
|
253 |
werden in Januari 1914 uitgegeven. Uitgekeerd werd: in 1914 6 en in 1915 7 pct., |
|
254 |
zoodat 1 pct. achterstallig bleef, welke achterstand in 1916 door uitkeering van 8 pct. |
|
255 |
dividend werd ingehaald. Sedert zijn zij cumulatief voor 6 pct. dividend. |
|
256 |
Werken, Con- Beschikb. |
|
257 |
Gewone Prefer. Oblig .- machine- cessie- mid- Saldo Winst Dividend |
|
258 |
aand. aand. leen. riën enz. reken delen1) expl.2) saldo3) prefs. gew.6 |
|
259 |
1911 1.750.000 750.000 1.568.275 400.000 559.094 V. 19.899 - - |
|
260 |
1912 1.750.000 750.000 2.657.451 400.000 150.207 V. 70.965*) - - |
|
261 |
1913 1.750.000 750.000 3.463.413 400.000 118.230 V. 9.2944) 61.6715) - - |
|
262 |
1914 1.750.000 1.250.000 1.500.000 3.867.018 400.000 417.740 321.999 279.308 6 - |
|
263 |
1915 1.750.000 1.250.000 1.500.000 4.005.815 400.000 622.758 574.129 503.419 7 7 |
|
264 |
1916 1.750.000 1.250.000 1.477.000 4.028.576 320.000 561.787 651.829 578.865 8 93 |
|
265 |
1917 2.250.000 1.750.000 1.604.000 3.858.130 340.000 .068.923 748.645 673.531 7 10 |
|
266 |
1918 2.750.000 1.750.000 1.679.000 4.102.650 327.500 1.110.253 926.383 862.467 7 11 |
|
267 |
1919 3.750.000 1.750.000 2.152.000 5.714.479 602.500 1.378.828 1.218.802 1.086.721 7 18 |
|
268 |
*) Incl. verliessaldo 1911. 1) Met inbegrip van debiteuren. 2) Na aftrek van de op |
|
269 |
de exploitatierekening drukkende uitgaven, inbegrepen de algemeene onkosten. |
|
270 |
3) Vóór afschrijvingen. 4) In werkelijkheid leverde de exploitatierekening een batig |
|
271 |
saldo van f 102.590 op; zie evenwel winst- en verliesrekening over 1913. 5) In minde- |
|
272 |
ring gebracht van het nadeelig saldo der exploitatierekeningen 1911 en 1912 ad to- |
|
273 |
taal f 70.965. 6) Zie voor afbetaling achterstallig dividend vorige blz. |